We gingen vrijdag 11 januari naar Ayutthaya, de oude koningsstad. Eigenlijk zou er op de school van de kinderen een sportdag zijn, maar i.v.m. de publieke rouwperiode voor prinses Galyani ging dat niet door. Daardoor konden ze gemakkelijk een dagje vrij krijgen. We wilden me de trein van 10.05 uur van het hoofdstation Luang Hampong vertrekken. Om 9 uur namen we de taxi en we verwachtten tijd genoeg te hebben. Helaas hadden we een sukkel van een chauffeur die de weg niet zo goed wist en vanaf de tolweg naar een punt wilde rijden vanwaar hij het station kon vinden. Hij negeerde de aanwijzingen van Simon, want hij vond duidelijk dat hij als Thailander heus wel beter wist waar het station was dan deze farang. We kwamen dus terecht in de file bij Rama IX en sukkelden bumper aan bumper per centimeter vooruit. Simon begon zich al af te vragen of we de trein van 10.50 zelfs nog zouden halen. Maar, ineens kwam er gang in de rij auto's en kwamen we tegen 5 voor tien bij het station. Onze sukkel reed toen ook nog naar de verkeerde plek waar passagiers uitgeladen kunnen worden. Om 10 uur stormden we de hal binnen. Een touristmevrouw wees mij waar onze trein stond en Simon ging kaartjes kopen. En zo zaten we nog net op tijd in de trein, die al behoorlijk vol was. We vonden nog een paar zitplaatsen en daar gingen we. In de tweede klas waren nog plekken open. Helaas bleek dat we in de trein onze kaartjes niet konden ruilen, dus moesten we wel in de derde. Het voordeel was wel dat we naar buiten konden kijken, want in de tweede klas waren de ramen dicht i.v.m. airco en die ramen zijn praktisch matglas door het vuil dat erop zit. Als je in Thailand een kaartje koopt, koop je dat voor een bepaalde trein. Dus je kunt niet zomaar een andere trein nemen, ook al gaat hij naar dezelfde plaats.
Bij mij zat een echtpaar uit Canada, dat op wereldreis bleek te zijn. Hiervoor hadden ze India bezocht en ze waren erg verrast toen ze in Bangkok aankwamen. Ze vonden dat alles zo schoon en netjes was. Het zou niet mijn eerste beschrijving zijn van Bangkok, maar het schijnt dat India voor westerse mensen ontzettend smerig is en dat je er goed moet uitkijken met eten en drinken. In Thailand is overal gezuiverd water te verkrijgen en ook de ijsblokjes kun je gerust gebruiken. Die worden ingevroren van gezuiverd water. In principe wordt er goed leidingwater afgeleverd door het waterbedrijf. Helaas zijn de leidingen niet altijd betrouwbaar. En vooral in de regentijd komt er gemakkelijk rioolwater in het leidingwater terecht. Ook vonden ze dat het reizen zo makkelijk is in Thailand. Dat is waar. Per bus kun je vrijwel overal komen in het koninkrijk en naar het noorden, oosten en zuiden bestaan uitstekende treinverbindingen. Wij betaalden voor ons vijven 100 bath (plm. 1,75 euro) naar Ayutthaya. In de tweede klas zouden we 35 bath p.p. moeten betalen. Verder rijden er nog de grote exprestreinen, die vooral 's nachts gaan. Uitstekende slaapwagons rijden mee en een aparte wagon met een goede keuken, waar menig hotel jaloers op kan zijn. Voor 281 B reis je in de 2e klas naar Chiang Mai. Maar, zo'n treintje als wij hadden, is niet zo luxueus. Maar wel leuk al kom je een beetje geradbraakt aan.
We kwamen ongeveer half twaalf aan. Terwijl ik met On en de kinderen wat ging drinken en soep eten, ging Simon kijken voor een hotel. Doordat we zo laat dit plan hadden waren we te laat om tevoren via internet te boeken. Simon vond een goed hotel plm. 5 minuten lopen van het station vandaan. Hij boekte twee kamers met een tussendeur, wat voor ons makkelijk is omdat een van de kinderen dan bij mij op de kamer slaapt. Wij namen met de bagage een tuk-tuk. We hadden kamers met river-view. Dat wil zeggen dat we over het zwembad heen nog net een stukje rivier zagen, maar samen met het uitzicht op het zwembad zag het er allemaal leuk uit. Beter dan een blinde muur. Na het douchen wilden we in de lobby koffie drinken. De barman moest gezocht worden. We bestelden cappuccino, want dat stond ook op de kaart. Eindelijk kwam hij het brengen, met sloffende tred. Het was niet erg lekker en toen we wilden betalen was hij al weer niet te vinden. Simon kwam bij de balie en hoorde toen dat iemand zei dat de man dronken was. Nou, dat verklaarde veel. We hebben de koffie dus maar op de rekening laten zetten. Vervolgens gingen we naar een drijvend restaurant vlakbij, waar we over gelezen hadden. Dat was inderdaad heel aantrekkelijk. Veel scheepvaartverkeer en tot grote opwinding van Nakharin passeerden er ook grote slepen. De sleepboten zien er heel sierlijk uit. Na het eten namen we een songthaew(betekent: twee bankjes) een soort tuk-tuk met twee zijbankjes, waar we met z'n allen in konden. Simon en ik behoorlijk dubbel gevouwen, op weg om alvast wat historische sites te bekijken. Zoals gebruikelijk vroeg de man eerst veel te veel maar na wat onderhandelen kwamen hij en Simon een schappelijke prijs overeen. Hij zou ons wat rondrijden en dan weer terug brengen naar het hotel. Het bleek een aardige man die ook aandacht had voor de kinderen. Ik had telkens de grootste moeite om uit die tuk-tuk te komen. Simon moest me er letterlijk uitrukken. Uiteindelijk ontdekte ik een trucje om er zelfstandig uit te komen.
Toen we weer terug waren bij het hotel (Krungsri River Hotel), was ik bekaf. Simon en On wilden nog wat gaan eten op de avondmarkt, maar de kinderen en ik zochten ons bedje op en wij sliepen de klok rond.
Dag twee, zaterdag 12 januari.
We waren bijtijds op en konden genieten van een heel goed ontbijtbuffet. Rijst, noedels en heel veel aparte oosterse gerechten. Maar ook aan de westerse smaak was gedacht. Veel fruit, vooral de verse ananas vind ik heerlijk.
Onze tuk-tukrijder van gistravond had zijn telefoonnummer achtergelaten. We informeerden eerst nog eens bij iemand naar de prijs van een dagje rondrijden, maar die vroeg zoveel, dat we onze chauffeur maar belden. Hij deed het voor de helft van de prijs endan zou het ook echt nog om de hele dag gaan en niet van 9 tot 2 uur. Hij kwam ons halen en besprak met Simon welke route hij zou nemen. Hij adviseerde om eerst het Chao Sam Phraya National Museum te bezoeken. Daar had hij de kinderen de dag ervoor al over verteld. Wat wij vergeten waren, was dat het Kinderdag was. Dan wordt er van alles voor kinderen georganiseerd. We kwamen bij het museum en toen bleek ook nog eens dat de toegang die dag gratis was. Het was er dan al behoorlijk druk. Het is een koninklijk museum en dat betekent dat je je schoenen uit moet doen en decent gekleed moet zijn. Menig toerist vergeet dat nogal eens en komt dan half bloot aan, maar dan mag je er niet in.
Het museum was prachtig en ook de kinderen waren vol ontzag voor alle mooie dingen die er te zien zijn. Er stonden ook een paar boekenkasten in Thaise stijl, schitterend versierd. Wat zou ik zo eentje graag hebben. Verder was er een model van een kleine prang, waarvan een aantal gouden versieringen waren teruggevonden en die waren er weer opgezet. Het waren er niet veel, maar toch kon je een indruk krijgen hoe rijk en schitterend al die tempels geweest moeten zijn. Toen we buiten kwamen, kregen de kinderen een klein geschenk en konden ze wat snoep halen. De festiviteiten zijn dit jaar klein, omdat de publieke rouw nog tot vrijdag de 17e duurt.
Vervolgens maakten we een tour langs de meest bekende ruines. Dit is alleen interessant als je geinteresseerd bent in cultuur en geschiedenis. Hoewel het behoorlijk druk was overal, is het zo ontzettend groot, dat je toch alle ruimte hebt om rond te kijken. Ik ben hier vaker geweest, maar ik ben telkens diep onder de indruk. Dat er ruines van tempels bewaard zijn gebleven, komt doordat deze van steen waren gebouwd. Woonhuizen waren van hout en die zijn bij de grote verwoesting in 1767 verbrand. Je krijgt wel een indruk over het grote gebied waar deze stad was gebouwd. In haar glorietijd woonden er ruim 1 miljoen mensen. In de westelijke wereld is een aantal geschriften bewaard gebleven over deze stad. Er waren handelaren en handelskantoren o.a. uit Frankrijk, Engeland, Portugal en Nederland. Het moet een schitterende stad geweest zijn. Van verre kon je al de glans zien van al het goud en zilver op de daken en torens van de tempels en het koninklijk paleis. Uit verslagen van europese handelaren over de oorlog tussen Birma en Siam (zoals Thailand toen heette) is bekend dat in deze oorlog ook Engelsen en Portugezen meevochten aan de kant van de Siamezen.
Hier op de scholen wordt de kinderen geleerd hoe moordzuchtig en roofzuchtig de Birmezen waren. Dat ze heel Ayutthaya hebben verwoest en leeg geroofd.
Wat niet verteld wordt is, dat de Siamese koning een belangrijke bijdrage leverde aan de ondergang van zijn koninkrijk. De Royal Consorts (zijn vrouwen) hadden een hekel aan kanonvuur. Daarom moesten de officieren voor elk kanonschot toestemming aan de koning komen vragen. Dat schoot natuurlijk niet op bij het verdedigen van de stad. Hij liet zich slecht informeren en was bij voorbaat overtuigd van de onoverwinnelijkheid van de Siamezen. Ook brak er hongersnood uit door de blokkade van de Birmezen. Daar was hij doof en blind voor. Tenslotte verlieten vrijwel al zijn generaals hem, omdat het hun onmogelijk werd gemaakt de stad goed te verdedigen.
In de laatste dagen voor de val, trokken Siamese roversbenden moorden en plunderend door de stad. Ook nadat de Birmezen uiteindelijk weer verdreven werden, is veel alsnog vernield en geplunderd.
Oorspronkelijk hadden de Thailanders nauwelijks belangstelling voor deze vervallen historische stad. Pas toen toeristen deze ruines ontdekten en kwamen kijken, ontstond er daadwerkelijk belangstelling. Met hulp van Unesco wordt gerestaureerd wat nog gerestaureerd kan worden.
Voor meer info over deze stad kun je ook op Wikipedia kijken en wat rondgoogelen.
link
We bezochten ook een monument voor koning Naresuan de Grote. Ook een held die in Thailand vereerd wordt. Hij vocht in 1591 een oorlog met Birma uit, door op de rug van een strijdolifant een duel uit te vechten met de prins van Birma. Hij won en daarna was het bijna 200 jaar vrede in Siam. Ik was hier eerder geweest, maar nu stonden er ineens hele rijen kleurrijke hanen opgesteld. Langs de trappen en op het bordes. Hele kleintjes vooraan en daarna oplopend in grootte. Bij de trappen stonden heel grote hanen als wachters. Ik vond het heel bijzonder. Volgens de chauffeur waren deze hanen nog niet zo lang geleden neergezet. Wat de reden is weet ik niet. Simon vermoed dat de man dol was op hanen. Zou best kunnen.
Moe en voldaan kwamen we pas laat in de middag weer bij het hotel. Wij vonden achteraf het bedongen loon te laag en gaven onze chauffeur een flinke fooi, waar hij heel blij mee was. Omdat we op de avondmarkt wilden gaan eten, bood hij aan ons gratis heen en weer te rijden. Dat hebben we aanvaard. Een leuk gebaar. Voor het eten nog even gezwommen om ons af te koelen voor we weer op pad gingen.
Op de avondmarkt was het heel gezellig. We zaten langs de rivier en hadden gelukkig geen last van muggen. Lekker gegeten en onze chauffeur stond al te wachten om ons trug te brengen.
Zondag 13 januari
Eigenlijk moesten we om 12 uur uitchecken, maar bij het hotel vonden ze ook goed dat we de kamers hielden tot 14 uur. Dat was wel fiijn, want we wilden nog naar het vroegere koninklijk paleis en de tempel die daar bij hoort. Het paleis is vrijwel helemaal verwoest, maar de tempel kon gerestaureerd worden. We gingen al weer vroeg op pad en dat was maar goed ook, want het was wat benauwd en heet. We bekeken eerst de tempel. Terwijl we daar rondliepen hoorden we ineens het opzeggen van teksten door monnikken, de zgn. chanting. Er kwam een rij monniken aan en voorop liep er eentje met een vlag. Ze waren op bedelronde. Ze bleven voor de tempel staan en gingen door met de chanting. De bezoekers die buiten waren, maar ook de mensen binnen, gingen allemaal op de knieen, vouwden de handen in een wai en bleven zo zitten tot de chanting over was. Daarna ging vrijwel iedereen eerbiedig geld in de bedelnappen doen. De voorste monnik, die volgens mij de leiding had, had Simon gezien toen die aan het fotograferen was. Hij vroeg Simon het een en ander en daarna vervolgde de rij weer hun route. Ik zag er ook aardig wat nonnen lopen, waarvan sommigen een rugzak droegen, vergezeld door vrouwen in het wit die hun haar nog hadden. Ik kon er niet goed achter komen wat hun functie was, maar uiteindelijk heb ik begrepen dat het vrouwen zijn die een poosje het kloosterleven delen, maar niet de bedoeling hebben om echt in te treden. Een soort retraite. Het schijnt ook dat sommige van die groepen een soort bedevaart maken langs beroemde tempels. Nu is het zo dat een Thailander over een bezienswaardige tempel een ander idee heeft dan de westerling. Wij bezoeken tempels uit kunstzinnige en/of historische motieven. Die staan dan ook in de reisgidsen. Maar Thailanders bezoeken ook tempels omdat daar een beroemde monnik woont of heeft gewoond. Of er is een beeld aanwezig dat de faam heeft bijzondere krachten te bezitten en dat je door te offeren bij zo'n beeld wat van die kracht meekrijgt.
De ruines van het paleis zijn imposant. Inmiddels was het zo heet geworden, dat ik niet meer dwars over het terrein ben gelopen, maar zorgvuldig in de schaduwen bleef en een poos op een muurtje ben blijven zitten. Terwijl ik daar op dat muurtje zat, kwamen er groepjes mensen langs met een gids. Ook een paar Nederlanders. Ik hoorde nog net dat een man tegen zijn vrouw zei: " We betalen wel een hoop geld om een paar stenen te zien" . Ik kan die man wel begrijpen, want als je niet geinteresseerd bent in historische zaken en in architectuur, lijkt het me ook saai zo rond te lopen in de hitte.
Vervolgens gingen we naar een tempel waar hele grote vissen in de rivier zwemmen en die gevoerd kunnen worden. Dat leek onze chauffeur vooral leuk voor de kinderen. Het is een Wat in Chinese stijl en bij de ingang staat een beeld van de god Ganesh, de god met de olifantenkop. Deze god staat voor kennis en wijsheid, maar is ook een beschermer van reizenden. Men gelooft dat dit beeld veel kracht heeft. Het was ontzettend druk en de mensen stonden in de rij om bij dit beeld te offeren. Dan legt men zijn hand tegen de hand van de god en verwacht dat er bijzondere kracht overgedragen worden. Groepjes mensen die bij elkaar hoorden, hielden elkaar vast en legden hun handen bovenop elkaar om samen de kracht te ervaren. In de tempel was het vreselijk druk en ik waagde mij niet binnen, ook al vanwege de sterke wierooklucht. Opzij was een kleinere hal, waar ook veel mensen naar binnen gingen en dat was mij ook te druk. Bij de rivier was een soort prieel met bankjes en daar ben ik gaan zitten wachten op de rest van de familie. Lekker in de schaduw en in de wind. Toen die klaar waren met respect betuigen gingen we naar de vissen. Aan de kant ligt een boot en die wordt omzwermd door veel vissen, die vechten om het voer dat in het water gegooid wordt. Op die boot kun je allerlei soorten voer kopen. Het was een spectaculair gezicht en de kinderen konden er niet genoeg van krijgen. Tenslotte kregen we ze toch mee met het lokkertje dat er nog gezwommen kon worden bij het hotel. Daar waren we even na 11 uur terug en namen hartelijk afscheid van onze chauffeur. Die stond erop dat hij ons nog naar het station wilde brengen. We moesten maar bellen en dan kwam hij. Dat was erg aardig aangeboden.
Na het zwemmen snel alles inpakken en toen bleek het vroeger dan we verwacht hadden. We bedachten dat we de trein van half twee nog konden halen. Dus even afrekenen en onze chauffeur gebeld, die inderdaad kwam aangesneld om ons weg te brengen.
De terugreis
Op het station was het behoorlijk druk. Het is niet een station met een fraai perron. Op het 1e perron staan de banken waar je kunt zitten om te wachten. Alle informatie is in het Thais, wat voor de farang een probleem is. Dan ben je eigenlijk een analfabeet, want je kunt niks lezen. Het vertrektijdenbord was voor mij ook een groot raadsel. Men gebruikt wel dezelfde cijfers als wij, maar ik begreep de verschillende kolommen niet. Simon kon wel wat uitleggen. Eerst zie je de kolom van de aankomsttijd en daarnaast de vermoedelijke vertrektijd en de aankomsttijd op de plaats van bestemming. Als je het eenmaal weet is het makkelijk. Er werd verschillende keren wat omgeroepen, onverstaanbaar voor mij want het was Thais. Het bleek dat drie treinen te laat zouden komen zeker meer dan een half uur vertraging. In Nederland ontstaat dan rumoer, maar hier bleef iedereen kalm zitten en vertoonde geen reactie. Volgens Simon zijn de mensen eraan gewend dat de treinen niet op tijd rijden. Misschien een tip voor NS. De mensen laten wennen aan nooit op tijd rijden. De vermoedelijke vertrektijd werd op een bord geschreven. Tenslotte zou de trein komen die nog voor onze trein moest vertrekken en mensen die hun kaartje wilden omruilen voor de eerst vertrekkende trein konden dat doen tegen een kleine bijbetaling.
Wij wachtten gewoon op onze trein want die zou al snel komen. Om voor mij duistere reden stoppen die treinen niet langs het enige perron dat er is. We moesten over de sporen lopen en op een soort paadje wachten. Het bleek een enorme stap te zijn naar de eerste treeplank. Ik hees me omhoog tot ik een knie op de eerste plank kreeg en me zo omhoog kon hijsen de wagon in. Simon vindt het nog steeds vreselijk jammer dat hij dat niet heeft kunnen fotograferen. Ik kreeg bijna de slappe lach. Ik kwam tegenover twee monniken te staan die duidelijk moeite hadden hun lachen in te houden. Van mij hadden ze mogen lachen, want dat moest ikzelf ook. Het was weer ontzettend druk, maar we vonden toch een zitplaatsje. Dit keer zijn we niet helemaal meegegaan naar Huang Lampong, maar uitgestapt bij Don Muang, de vroegere internationale airport. Een taxi was daar makkelijk te krijgen en we zaten daar vlak bij de tolweg. Zo waren we toch nog snel thuis. Erg vermoeid, dat wel. Maar het was een geweldig week-end.
dinsdag, januari 15, 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten