Na het bezoek aan de theeplantage reden we door naar Doi Tung om de villa te bezoeken waar de moeder van de koning heeft gewoond en de bijbehorende tuin. Het was enorm druk. We besloten om eerst de tuin te bezoeken. Die was grandioos. De hoogteverschillen werden goed benut en er waren diverse mooie waterpartijen. De Princess Mother was zeer geīnteresseerd in het kweken van planten. In de tuin was ook een laboratorium voor onderzoek en een kas voor het kweken van jonge planten. Heel veel bloeiende bloemen. Volgens mij komen veel van de aanwezige bloemen van nature niet voor in Thailand. On kende ze niet en wist dus ook de naam niet en ik merkte dat dat bij veel bezoekers het geval was. Ik weet alleen de Nederlandse namen. Ik ben geen kenner, maar ik vroeg me af of de vergeet-me-niet In Nederland gelijk bloeit met dahlia's. Verder veel begonia's, petunia's, viooltjes en geraniums. De combinatie met inheemse planten en bomen vond ik heel apart. In de tuin was een prieel waar wat gedronken kon worden. Ze hadden er uitstekende koffie, Doi Tung koffie. In de buurt gekweekt.
Daarna liepen we naar de koninklijke villa. Die is boven op de berg en het uitzicht zowel aan de voor- als aan de achterkant is magnifiek. De bewoners uit de buurt noemen de Princess Mother, Mae Fah Luang. Dat betekent zoiets als "Moeder die uit de lucht of hemel komt". Toen ze op zoek was naar een goede locatie voor de villa vloog ze met een helicopter over het gebied. Op dit punt landde ze, vandaar haar naam. Uit de beschrijving begreep ik dat de villa in een jaar tijd gebouwd is. Daar is zowat een leger voor nodig geweest. De villa is geheel van hout en ook van binnen heel mooi betimmerd. Met volop kasten, de een nog mooier dan de andere. Omdat ze lang in Zwitserland had gewoond, wilde ze dat het geheel haar aan Zwitserland zou herinneren. Het terras aan de achterkant was omzoomd met rode en witte geraniums. De kleur van de Thaise vlag. De Princess Mother was iemand die zich inzette voor een verdere ontwikkeling van de streek. Hoewel ze al meer dan tien jaar geleden is overleden (ze werd 94), wordt ze nog steeds vereerd. Je ziet dan ook op heel veel plaatsen haar portret.
Voordat we weer in ons busje stapten, wilden we nog naar een toilet. Dat bleek een hele expeditie. We moesten onze schoenen uitdoen en die meenemen in een plastic zak. Een trap af en daar stonden slippers klaar om de toiletruimte te betreden. Natuurlijk stond er niks in mijn grote maat, maar ik vond een paar waar ik net met mijn tenen inkon en zo slofte ik de wc binnen. Wel apart hoor, dat je je schoenen voor een wc uit moet doen.
Het was een mooie dag en daarmee een heel fijn verjaardagscadeau..
Posts tonen met het label Thailand2008/2009. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thailand2008/2009. Alle posts tonen
maandag, december 22, 2008
zondag, december 21, 2008
Doi Mae Salong
Gisteren was ik jarig en als verjaardagscadeau kreeg ik een dagtocht aangeboden naar Doi Mae Salong en Doi Tung.
Simon had een minibus gehuurd en tegen 8.45 vertrokken we. Het was nog fris, maar de zon scheen al. Eerst een stukje over de highway en daarna de afslag naar de bergen. Onderweg prachtige natuur, mooie dorpen. De huizen meestal gebouwd van hout, bamboe en riet. De weg slingerde nogal en daardoor werden On en Saengdao helaas kotsmisselijk. Maar het uitzicht was geweldig. Tegen de hellingen waren allerlei gewassen verbouwd. Rijst, mais en ananas. Toen we hoger kwamen zagen we ook velden met thee en waarschijnlijk koffie, want dat wordt hier ook geteeld. Soms zag je in de diepte of verscholen tussen de bossages op de hellingen kleine, schilderachtige dorpen. Het hoogste punt dat wij passeerden was ruim 1100 meter. Tenslotte bereikten we Mae Salong, waar we konden rondkijken. Het was een en al markt.
Vrouwen van de hilltribes verkochten hun handwerken. Vooral die van de Akha vond ik erg mooi. Ik kocht een hoofdtooi voor een vrouw. Die vind ik schitterend. Plus nog een hoofdkapje voor een kind. Ik zag daar verschillende vrouwen in eigen traditionele kleding en de kindjes op hun rug ook in mooi geborduurde kleding versierd met zilver. De vrouw bij wie ik de hoofdtooi kocht, had een totaal geruineerd gebit door het kauwen van betel en in mijn ogen ziet zo'n rood gekleurde mond met rood tandvlees er onsmakelijk uit. Bij de jongere koopvrouwen zag ik meestal nog goeie gebitten.
Er waren veel theeshops, waar je ook thee kon proeven. Op een hellinkje stond een oudere vrouw met twee soorten thee. Ze bood ons wat te drinken aan, natuurlijk in de hoop dat we wat zouden kopen. De thee smaakte heerlijk en ik kocht twee pakjes bij haar. Het is een Oolong thee, die daar gekweekt werd. Er was verderop een theeshop waar lekkere ginsengthee werd verkocht. Daar kochten we ook van inclusief 5 Chinese theemokken met een filter. In mijn ogen spotgoedkoop, want in Nederland zag ik ze in de Chinese winkel van plm. 15 tot 20 euro en hier waren ze 60 Bath. Dat is ongeveer 1,50 euro.
Dit was vroeger opiumland. Het verkopen van hilltribe handicraft wordt bevorderd door diverse christelijke hulporganisaties en de overheid. Vooral de moeder van de koning (the Princess-Mother) ijverde voor ontplooiing van deze regio. Zo hoopt men de teelt van opium tegen te gaan, want dat was een belangrijke bron van inkomsten voor deze mensen.
Er wonen hier veel Chinezen. Toen de communisten definitief de nationalisten versloegen, vluchtten veel nationalistische troepen naar Laos en Birma. In Laos werden ze door de Fransen gevangen genomen, maar in Birma kreeg men geen greep op deze troepen. Toen Birma een overeenkomst sloot met China om ze uit te leveren, vluchtten velen naar Thailand en daar ging de VS zich er mee bemoeien. Die dachten dat ze nuttig konden zijn in de strijd tegen het communisme en gaven veel steun, waardoor de Thaise overheid hun aanwezigheid tolereerde. De Thaise overheid had het ook niet op het communisme. Maar, het oude liedje, de VS had zich verkeken. Hier bloeide opiumteelt en de VS hadden er geen greep meer op. De grote drugsbaronnen veroorzaakten meer last dan dat ze tegenwicht boden tegen het communisme.Toch had Thailand veel nut van de Chinezen, omdat niet iedereen opium ging kweken maar zich toelegde op cultivering van het land en de handel. Tegenwoordig zijn hun dorpen een toeristische attractie. Dit is wel een heel korte schets van hun geschiedenis.
Inmiddels was het heel lekker weer geworden. De zon scheen volop, maar het werd niet echt heet. Van al dat geloop en gekijk waren we hongerig geworden. Onze chauffeur wist een goeie eettent voor noedelsoep met groene thee. Daar reden we heen en inderdaad, de soep was heerlijk.(en de thee ook) We hadden ook nog een zeer fraai uitzicht. Beneden in de vallei bij een theeplantage, zagen we een geweldig grote goud-blikkerende theepot staan.
Na de soep op weg naar een andere theeplantage. Doi Mae Salong Nok. Daar was een prachtige theeschenkerij bij waar we geen gebruik van maakten, want we hadden inmiddels genoeg thee gedronken. Hier vandaan hadden we ook weer een grandioos uitzicht over de theeplantage en de heuvelhellingen. Nog wat sieraden gekocht bij het souvenirstalletje en toen was het tijd voor het tweede deel van de tocht. Op naar Doi Tung, de woonplaats van wijlen de Prinsecc-Mother.
![]()
![]()
Simon had een minibus gehuurd en tegen 8.45 vertrokken we. Het was nog fris, maar de zon scheen al. Eerst een stukje over de highway en daarna de afslag naar de bergen. Onderweg prachtige natuur, mooie dorpen. De huizen meestal gebouwd van hout, bamboe en riet. De weg slingerde nogal en daardoor werden On en Saengdao helaas kotsmisselijk. Maar het uitzicht was geweldig. Tegen de hellingen waren allerlei gewassen verbouwd. Rijst, mais en ananas. Toen we hoger kwamen zagen we ook velden met thee en waarschijnlijk koffie, want dat wordt hier ook geteeld. Soms zag je in de diepte of verscholen tussen de bossages op de hellingen kleine, schilderachtige dorpen. Het hoogste punt dat wij passeerden was ruim 1100 meter. Tenslotte bereikten we Mae Salong, waar we konden rondkijken. Het was een en al markt.
Vrouwen van de hilltribes verkochten hun handwerken. Vooral die van de Akha vond ik erg mooi. Ik kocht een hoofdtooi voor een vrouw. Die vind ik schitterend. Plus nog een hoofdkapje voor een kind. Ik zag daar verschillende vrouwen in eigen traditionele kleding en de kindjes op hun rug ook in mooi geborduurde kleding versierd met zilver. De vrouw bij wie ik de hoofdtooi kocht, had een totaal geruineerd gebit door het kauwen van betel en in mijn ogen ziet zo'n rood gekleurde mond met rood tandvlees er onsmakelijk uit. Bij de jongere koopvrouwen zag ik meestal nog goeie gebitten.
Er waren veel theeshops, waar je ook thee kon proeven. Op een hellinkje stond een oudere vrouw met twee soorten thee. Ze bood ons wat te drinken aan, natuurlijk in de hoop dat we wat zouden kopen. De thee smaakte heerlijk en ik kocht twee pakjes bij haar. Het is een Oolong thee, die daar gekweekt werd. Er was verderop een theeshop waar lekkere ginsengthee werd verkocht. Daar kochten we ook van inclusief 5 Chinese theemokken met een filter. In mijn ogen spotgoedkoop, want in Nederland zag ik ze in de Chinese winkel van plm. 15 tot 20 euro en hier waren ze 60 Bath. Dat is ongeveer 1,50 euro.
Dit was vroeger opiumland. Het verkopen van hilltribe handicraft wordt bevorderd door diverse christelijke hulporganisaties en de overheid. Vooral de moeder van de koning (the Princess-Mother) ijverde voor ontplooiing van deze regio. Zo hoopt men de teelt van opium tegen te gaan, want dat was een belangrijke bron van inkomsten voor deze mensen.
Er wonen hier veel Chinezen. Toen de communisten definitief de nationalisten versloegen, vluchtten veel nationalistische troepen naar Laos en Birma. In Laos werden ze door de Fransen gevangen genomen, maar in Birma kreeg men geen greep op deze troepen. Toen Birma een overeenkomst sloot met China om ze uit te leveren, vluchtten velen naar Thailand en daar ging de VS zich er mee bemoeien. Die dachten dat ze nuttig konden zijn in de strijd tegen het communisme en gaven veel steun, waardoor de Thaise overheid hun aanwezigheid tolereerde. De Thaise overheid had het ook niet op het communisme. Maar, het oude liedje, de VS had zich verkeken. Hier bloeide opiumteelt en de VS hadden er geen greep meer op. De grote drugsbaronnen veroorzaakten meer last dan dat ze tegenwicht boden tegen het communisme.Toch had Thailand veel nut van de Chinezen, omdat niet iedereen opium ging kweken maar zich toelegde op cultivering van het land en de handel. Tegenwoordig zijn hun dorpen een toeristische attractie. Dit is wel een heel korte schets van hun geschiedenis.
Inmiddels was het heel lekker weer geworden. De zon scheen volop, maar het werd niet echt heet. Van al dat geloop en gekijk waren we hongerig geworden. Onze chauffeur wist een goeie eettent voor noedelsoep met groene thee. Daar reden we heen en inderdaad, de soep was heerlijk.(en de thee ook) We hadden ook nog een zeer fraai uitzicht. Beneden in de vallei bij een theeplantage, zagen we een geweldig grote goud-blikkerende theepot staan.
Na de soep op weg naar een andere theeplantage. Doi Mae Salong Nok. Daar was een prachtige theeschenkerij bij waar we geen gebruik van maakten, want we hadden inmiddels genoeg thee gedronken. Hier vandaan hadden we ook weer een grandioos uitzicht over de theeplantage en de heuvelhellingen. Nog wat sieraden gekocht bij het souvenirstalletje en toen was het tijd voor het tweede deel van de tocht. Op naar Doi Tung, de woonplaats van wijlen de Prinsecc-Mother.
vrijdag, december 19, 2008
Food Festival
Nadat we de kinderen uit school hadden gehaald, gingen we naar het oude vliegveld. Dat was ingericht voor een Food Festival. Het zag er heel leuk uit allemaal. In het midden een grote ruimte met allemaal tafels en stoelen en daaromheen een zeer groot aantal eetstalletjes. We zochten eerst een plek waar we met z'n allen konden zitten. Deng had haar vader opgehaald en Simon kwam op zijn brommer. Vervolgens is het lopen langs de stalletjes en kiezen wat je lekker lijkt. Het is allemaal erg goedkoop, dus heb ik ook eens wat gerechten geprobeerd die ik niet kende of nooit had gegeten.
Bijv. kokkels. Verder was er nog een gerecht dat ik erg lekker vind, nl. kleine mosseltjes gebakken met tauge en ei. Iedereen haalde favoriete gerechten en zo konden we ook van elkaars eten proeven. Ik heb ook diverse dingen geproefd waarvan ik niet weet hoe het heet.
Wij waren er erg vroeg, maar omstreeks 6 uur begon het behoorlijk druk te worden. Er waren wat kermisattracties voor de kinderen. Zoals met pijltjes gooien naar ballonnen. Saengdao bleek er behoorlijk goed in. Nakharin deed het wat minder en toen hij voor de laatste keer mocht, ging het helemaal mis. Hij won dus geen prijs en werd vreselijk boos. Toen de man even niet keek, rukte hij toch gauw een klein prijsje van het rek en ging er als een speer vandoor. Op een veld zat een man op een truck die in zijn eentje een aantal muziekinstrumenten bespeelde. Het waren traditionele Lanna instrumenten, voornamelijk een grote trom en diverse gongs en bellen. Dit deel van Thailand behoorde vroeger tot het Lanna koninkrijk. Het was een soort nikkelen Nelis, maar dan op z'n Lanna's.
Moe, maar voldaan gingen we tegen 7 uur naar huis.
Bijv. kokkels. Verder was er nog een gerecht dat ik erg lekker vind, nl. kleine mosseltjes gebakken met tauge en ei. Iedereen haalde favoriete gerechten en zo konden we ook van elkaars eten proeven. Ik heb ook diverse dingen geproefd waarvan ik niet weet hoe het heet.
Wij waren er erg vroeg, maar omstreeks 6 uur begon het behoorlijk druk te worden. Er waren wat kermisattracties voor de kinderen. Zoals met pijltjes gooien naar ballonnen. Saengdao bleek er behoorlijk goed in. Nakharin deed het wat minder en toen hij voor de laatste keer mocht, ging het helemaal mis. Hij won dus geen prijs en werd vreselijk boos. Toen de man even niet keek, rukte hij toch gauw een klein prijsje van het rek en ging er als een speer vandoor. Op een veld zat een man op een truck die in zijn eentje een aantal muziekinstrumenten bespeelde. Het waren traditionele Lanna instrumenten, voornamelijk een grote trom en diverse gongs en bellen. Dit deel van Thailand behoorde vroeger tot het Lanna koninkrijk. Het was een soort nikkelen Nelis, maar dan op z'n Lanna's.
Moe, maar voldaan gingen we tegen 7 uur naar huis.
Mae Sai
Donderdag 18 december werden On en ik uitgenodigd door Deng. Zij is de moeder van een schoolvriendinnetje van de kinderen. Ze wilde mij wat van de omgeving laten zien en kwam ons tegen 11 uur ophalen. Gelukkig had ze een lekker comfortabele auto waar ik goed rechtop kon zitten. We reden naar Mae Sai, een kleine plaats aan de Birmese grens. Onderweg was er heel wat te zien voor mij. Het landschap is erg mooi. Aangekomen in Mae Sai gingen we eerst eten aan het riviertje Sai river. Het was nu een kleine stroom, maar Deng vertelde dat in de regentijd dit een woeste rivier kan worden die heel hoog komt. We zaten op een lekker koel terras en keken zo naar Birma. Op de Birmese oever waren een paar mannen bezig om het afval te verwijderen. Dat werd dus de rivier ingekieperd. Ik geloof dat ik de enige was die daar van op keek.
Aan beide zijden van de grens liepen bewapende militairen rond. Toch was de sfeer niet grimmig.
Vervolgens liepen we over de markt. Heel veel kleding die spotgoedkoop is. Er waren veel toeristen, maar de meeste zijn Thai. Er waren ook veel snuisterijen te koop en heel prachtige dingen. Maar ik koop nog niks. Ik wil eerst eens rondkijken wat er zoal is.
Ik vond het een aardig grensplaatsje. Het plan is dat ik hier nog een met Simon naar toe ga en dan de grens oversteek. Maar als ik dat nu doe, ben ik mijn visum kwijt en het inreisstempel is maar 14 dagen geldig. Dat doen we dus tegen dat ik wegga. Volgens Deng is er aan de Birmese kant van de grens veel te koop.
We gingen op tijd terug, want we moesten half vier weer bij de school zijn.
Aan beide zijden van de grens liepen bewapende militairen rond. Toch was de sfeer niet grimmig.
Vervolgens liepen we over de markt. Heel veel kleding die spotgoedkoop is. Er waren veel toeristen, maar de meeste zijn Thai. Er waren ook veel snuisterijen te koop en heel prachtige dingen. Maar ik koop nog niks. Ik wil eerst eens rondkijken wat er zoal is.
Ik vond het een aardig grensplaatsje. Het plan is dat ik hier nog een met Simon naar toe ga en dan de grens oversteek. Maar als ik dat nu doe, ben ik mijn visum kwijt en het inreisstempel is maar 14 dagen geldig. Dat doen we dus tegen dat ik wegga. Volgens Deng is er aan de Birmese kant van de grens veel te koop.
We gingen op tijd terug, want we moesten half vier weer bij de school zijn.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
