dinsdag, januari 01, 2008

Wat Arun

Gisteren besloten we om naar Wat Arun " de tempel van de dageraad" te gaan. Het is een beroemde tempel die aan de andere kant ligt van de Chayo Praya, in de vroegere hoofdstad Thonburi.Een aantal jaren geleden was ik er ook geweest, maar toen was het zo heet dat ik nauwelijks had rondgekeken. Maar vandaag is het heerlijk weer met een lekkere verkoelende wind. De Wat is een afbeelding van de berg Meru, het centrum van de traditionele Indiase kosmologieen en verbeeldt de 33 hemels. De belangrijkste Prang (toren) is 104 m hoog. Er omheen staan vier kleinere Prangs en die zijn gewijd aan Phra Pai de god van de wind.
We namen de taxi naar de pier bij Wat Po en vandaar de veerboot naar de overkant. Eerst was het erg rustig op de weg. Onze taxi stoof met een flinke vaart over Phattanakan en Petchaburi Road. Maar in de buurt al van het grand palace werd het vreselijk druk. Bussen vol met (vooral Thaise)toeristen werden aangevoerd. Die gingen naar Wat Phra Keo en Wat Po. Maar het bleek dat we bij de pier in de rij moesten, want veeeeeel mensen wilden ook naar Wat Arun. Ik keek mijn ogen uit. Niet alleen naar de prachtige tempel, maar vooral naar al die mensen die zich het geld uit de zak laten kloppen. Op het terrein van de tempel werd door monniken lotussen, kaarsen en wierook verkocht. Ook On en de kinderen gingen offeren. Verder waren er emmers met goede gaven bij een monnik te koop. Die kun je dan op je knieen gaan aanbieden aan een andere monnik. Dit was toch niet de bedoeling van Lord Buddha, denk ik. Hij heeft geen graf, anders zou hij zich vast tien keer omdraaien.
Maar de tempel met de prachtig versierde Prangs was schitterend. Ze zijn versierd met stukjes Chinees porcelein. Vanaf de rivier konden we de hoge toren al zien schitteren. Die kun je beklimmen en dan heb je een prachtig uitzicht. Maar ik durfde het niet. Er zit geen leuning langs de trap. Naar boven leek me geen probleem, maar de afdaling wel. Maar er gewoon omheen lopen en alles te bekijken was al genieten. In een van de paviljoens waren beelden te zien van belangrijke fasen uit het leven van Boeddha. De meeste Thailanders komen niet zozeer voor de artistieke en architectonische waarde, maar voor de boeddha's. Met nieuwjaar is het gebruikelijk om de monniken nieuwe robes te geven en balen rijst. Die waren ook op het tempelterrein te verkrijgen.
Toch is het heel bijzonder om dit alles mee te maken. De mensen die hier komen offeren doen dit met overtuiging. Ik kom hier graag nog eens terug als de menigte is verdwenen.
Opzij van het tempelterrein was een markt waar behalve eten en drinken ook allerlei soevenirs te koop waren voor een veel te hoge prijs.
We hebben hier een aardige tijd doorgebracht. We besloten te gaan eten in de buurt van Khao San Road. Omdat On op de heenreis al kotsmisselijk werd op de veerboot, namen we een taxi terug via de brug. Dat had weer het voordeel dat we dwars door China Town reden. Ik hoop dat het nog een poosje dit weer blijft, dan kunnen we hier weer eens gaan lopen zonder de kinderen. Voor hun is dat niet interessant en te vermoeiend.
Weer lekker gegeten en dit keer nam ik weer eens westers voedsel. Spaghetti carbonara met een groene salade.
klik hier voor de foto's

Geen opmerkingen: