Hesh House Harriers.
Julia had ons uitgenodigd om mee te lopen met de Hesh House Harriers. Ik had nog nooit van een dergelijke groep gehoord, maar het blijkt dat er veel van deze groepen zijn over de hele wereld. Ze zijn vooral populair onder expats. Het principe is gezelligheid, een stukje lopen of rennen en bier drinken. Juliia kwam ons halen en in optocht gingen we naar het verzamelpunt bij Buffalo Hill. Julia voorop in haar gele jeep, Daarachter de auto van Deng met hetzelfde gezelschap als 's morgens en Simon op zijn brommer. Toen we op het verzamelpunt kwamen was daar al een grote groep mensen aanwezig. De start zou om 15.30 uur zijn. Meestal kan er gekozen worden uit twee wandelingen. Een makkelijke, tamelijk korte en een zwaardere wandeling. Nu was er maar eentje en die zou behoorlijk zwaar zijn omdat er geklommen moest worden. Ik zag de eerste stijle helling al en besloot beneden te wachten. We moesten ons melden bij een penningmeester voor de inschrijving. De bierdrinkers moesten 150 B betalen voor eten en drinken na afloop en de niet-bierdrinkers 50 B.
Een van de organisatoren van de wandeling zei dat hij met zijn auto naar het eerste rustpunt boven op de berg zou rijden om water te brengen en ik kon met hem mee. Dat aanbod nam ik aan, want boveop de berg is een aardige tempel en je hebt er een prachtig uitzicht. Mijn gastheer stelde zich voor als Edwin. Hij komt uit Engeland, is getrouwd met een Thaise vrouw en woonde al meer dan 30 jaar in Chiang Rai. Het bleek dat het grootste deel van de berg van hem is. Hij reed me rond over zijn bezit en vertelde dat de fraaie huizen die er stonden, waren gebouwd door hem en zijn vrouw. Althans, zijn vrouw is bouwer/architect en onder haar supervisie worden de huizen gebouwd en hij verkoopt ze. Hij had nog allerlei andere zaken ook. Al met al hebben ze een groot bedrijf, waar hun kinderen ook werken.
We kwamen aan bij de tempel waar het uitzicht inderdaad grandioos was. Ook de tempel was een bezoekje waard. We waren er nog maar net, toen de eerste wandelaars, waaronder aardig wat kinderen, al aankwamen. Onderweg had ik ze al zien ploeteren en gezien dat ze er een aardig tempo in hielden. Iedereen werd van water voorzien en kon een poosje rusten en daarna ging het verder. Het verzamelpunt zou zijn bij het huis van Edwin, waar ik weer comfortabel naar toe gereden werd.
Wat een schitterend huis. Heel groot en prachtig gelegen halverwege Buffalo Hill. De heuvel is te zien vanuit het huis van Simon. Ik liep likkebaardend rond. Het huis was ook prachtig gedecoreerd en bij de patio en de verschillende doorgangen stonden fraaie vazen en potten van Chinees porcelein. Het zwembad was nu afgedekt, want in de winter is het water te koud om te zwemmen. Edwin vertelde dat het op de heuvel ook in de zomer 's avonds afkoelde en dat het huis zo gebouwd was dat ze in de zomer nauwelijks een airco nodig hadden.
Onder de eerste wandelaars die arriveerden bevonden zich Simon, Saengdao en Nakharin. Een kleinzoon van Edwin is een schoolvriendje van Nakharin en naderhand bleek dat de route een idee was van dit vriendje.
Inmiddels arriveerde ook het eten. Er stond al water, cola en bier klaar en zakjes chips. Er waren in totaal plm. 45 mensen en die konden allemaal zitten rondom de patio. Er werden ook nog pizza's en Thai food (kleefrijst en kip) bezorgd. Na het eten werden er toespraken gehouden. Het is wel een heel aparte sfeer en ik vond het gezellig. Tenslotte werden alle mensen naar voren geroepen die voor de eerste keer hadden meegelopen. Die worden de Virgins genoemd. Het waren er dit keer heel wat, waaronder een aantal kinderen. Ze werden toegezongen en het glas werd geheven. Het is de bedoeling dat je je glas in een keer leeg drinkt. Vroeger scheen het echt een verplichting te zijn dat je bier dronk, maar tegenwoordig mag water en cola ook.
Toen we weer naar huis gingen waren we het erover eens dat dit een buitengewoon gezelllige en sportieve happening was. Zoeiets wordt meestal 1 keer per maand georganiseerd, telkens door iemand anders. Simon en On denken de volgende keer ook weer te gaan.
Ik heb eens gezocht op internet en in Nederland bestaan drie van dergelijke groepen. In Den Haag, Amsterdam en Assen (!).
donderdag, januari 22, 2009
Struisvogelfarm
Zaterdag 17 januari kwam Deng ons ophalen met de auto om samen naar de Struivogelfarm te gaan, net buiten Chiangrai. Simon ging apart met de brommer, want behalve Deng en ik moesten ook nog On, Saengdao, Nakharin en Jennifer plus de moeder van Deng mee. En daarmee was de auto propvol.
De toegang was gratis, maar voor de attracties moest betaald worden. Het zag er allemaal gezellig uit. De kinderen plus On en Deng wilden graag een ritje maken op een paard. Het was leuk om daar rond te wandelen en de struisvogels te bekijken. Die mochten ook gevoerd worden met speciaal voer dat daar verkocht werd. Verder was er speelgelegenheid. Je kon ook met een rijtuigje rond gereden worden en daar hebben de moeder van Deng en ik samen met de kinderen gebruik van gemaakt. Onderweg werd gestopt bij een broedende struisvogel. Het beest werd van de eiren gejaagd en de kinderen mochten op de eieren gaan staan om te ervaren hoe sterk de schil is. Op het moment van ons bezoek kwam er net een struisvogelkuiken uit een ei. Dat konden we dus van dichtbij meemaken. Inmiddels was de ochtend weer om. We gingen eerst gezellig met elkaar eten en vervolgens weer naar huis om ons voor te bereiden op een wandeling met de Hesh House Harriers.
De toegang was gratis, maar voor de attracties moest betaald worden. Het zag er allemaal gezellig uit. De kinderen plus On en Deng wilden graag een ritje maken op een paard. Het was leuk om daar rond te wandelen en de struisvogels te bekijken. Die mochten ook gevoerd worden met speciaal voer dat daar verkocht werd. Verder was er speelgelegenheid. Je kon ook met een rijtuigje rond gereden worden en daar hebben de moeder van Deng en ik samen met de kinderen gebruik van gemaakt. Onderweg werd gestopt bij een broedende struisvogel. Het beest werd van de eiren gejaagd en de kinderen mochten op de eieren gaan staan om te ervaren hoe sterk de schil is. Op het moment van ons bezoek kwam er net een struisvogelkuiken uit een ei. Dat konden we dus van dichtbij meemaken. Inmiddels was de ochtend weer om. We gingen eerst gezellig met elkaar eten en vervolgens weer naar huis om ons voor te bereiden op een wandeling met de Hesh House Harriers.
Somdet Jaa park en Ban Dam
Week-end van 10 en 11 januari 2009.
Zaterdag had Yoko een song-thaw gehuurd en ons uitgenodigd voor een picknick in het Somdet Jaa park. Dit park is ter ere van de moeder van de koning. Haar officiële titel is Princess Mother, maar ze wordt ook wel wat huiselijker Somdet jaa genoemd. Somdet betekent Majesteit en Jaa= grootmoeder. We waren op tijd bij Yoko en kregen eerst heel lekkere Japanse thee te drinken. Vervolgens met de song-thaw naar het park. Het was daar heel mooi. Prachtig bloeiende planten. Het geheel lag aan een grote vijver en het maakte deel uit van de universiteit. We maakten daar een wandeling en kwamen langs de faculteit voor de traditionele geneeskunst. Daar stonden beelden die allerlei houdingen uitbeelden als oefening voor diverse lichamelijke klachten. Die oefeningen zijn sprekend de oefeningen die ik van de fysiotherapeut moet doen voor mijn rug en schouders.
We hadden verkeerd begrepen dat we hier zouden picnicken. Daarvoor gingen we naar een ander park vlak bij een waterval waar allerlei speciale plekjes waren. Het was daar ook erg mooi en de kinderen konden lekker spelen. Polly had gelogeerd bij Nayu en was er ook bij. Later in de middag gingen we weer naar het huis van Yoko waar ze ons vertelde er op te rekenen dat we zouden blijven om sushi te eten. Ze vertelde dat er Japanners in de buurt woonden met een restaurant en dat die op zaterdag volgens bestelling sushi maakten. Nou, die sushi was overheerlijk. Zelfs het eten met stokjes ging me aardig goed af.
Wij waren van plan om zondag naar een soort dorp te gaan dat door een kunstenaar uit Chiang Rai (Thwan Duchanee) is gebouwd. Hij heeft in de jaren 60 ook een paar jaar in Nederland gestudeerd. Wij spraken af dat we haar en haar man een dag later zouden komen halen met een song-thaw. Inmiddels was Julia gearriveerd om Polly op te halen. Nayu en Saengdao gingen met haar mee. We werden uitgenodigd voor een BBQ bij haar thuis. Er zouden nog meer mensen komen.
Dus wij er naar toe. Ze woont in een beeldig huis in een sort bos/boomgaard. Onze song-thaw driver wilde er eerst niet het bos inrijden omdat het er aardedonker is. Maar On wees de weg. Ik zou het zelf nooit gevonden hebben, want je zag geen hand voor ogen. Er was een heel gezelschap aanwezig. Nederlanders, Russen, Nieuw-Zeelanders, een Birmees. Heel leuk. Het was ondertussen vreselijk koud geworden. Buiten werd een vuur aangelegd en de BBQ aangestoken. Het vuur gaf wat warmte maar het bleef KOUD!KOUD! Tegen 11 uur bracht Julia ons naar huis en Saengdao bleef slapen. Nakharin wilde dat niet en die ging met ons mee. Het duurde lang eer ik weer wat opgewarmd was. Ik wist niet dat het in Thailand zo koud kon zijn.
Zondag gingen we al weer op tijd weg en haalden eerst Yoko en haar man op. Die gingen bij nader inzien op de brommer, omdat Yoko nog erg moe was van de dag ervoor en na het bezoek aan de huizen weer naar huis wilde om te rusten.. We kwamen aan bij Ban Dam. De estate overtrof mijn verwachtingen. Ik dacht dat er één of twee huizen zozuden staan, maar het was een heel dorp. Het eerste gebouw dat we zagen was nog in aanbouw. Het leek wel een kathedraal. Schitterend. De kunstenaar/architect zat daar wel, maar we hadden al gehoord dat hij met rust gelaten wilde worden, dus hebben we hem niet aangesproken, Het is een markante figuur met een lange grijze baard. De huizen zijn van donker hout gebouwd en mooi gedecoreerd. Overal stonden prachtige gebruiksvoorwerpen. Maar we mochten nergens naar binnen, alleen vanaf de buitenkant bewonderend kijken. Deze plek staat nergens aangegeven. Je moet echt weten waar je zoeken moet. Onze song-thaw driver had er nog nooit van gehoord en Simon wees dan ook op zijn brommer de weg en Yoko en haar man reden weer achter ons aan.
Om 12 uur gingen ze dicht voor de lunch en moesten we weg. Dit is echt een plek om nog eens te bezoeken. Julia was met de kinderen gekomen en toen Ban Dam werd gesloten reden we in optocht naar het olifantenkamp aan de Kok River. Yoko en haar man gingen naar huis, want die wilden even slapen. Het olifantenkamp was enig, maar mij zie je niet op een olifant. Veel te hoog. We bleven daar een poos en reden vervolgens terug met onderweg een stop bij de Boeddha grotten. Dat vond ik ook heel bijzonder. Het zijn grotten en binnenin is een tempel gemaakt met diverse beelden. Gelukkig was de trap er naar toe redelijk comfortabel.
We wandelden nog wat rond en gingen weer naar huis. Het was een vermoeiend, maar erg leuk en gezellig week-end.
http://www.buddhistartnews.com/ban07/?p=535
Zaterdag had Yoko een song-thaw gehuurd en ons uitgenodigd voor een picknick in het Somdet Jaa park. Dit park is ter ere van de moeder van de koning. Haar officiële titel is Princess Mother, maar ze wordt ook wel wat huiselijker Somdet jaa genoemd. Somdet betekent Majesteit en Jaa= grootmoeder. We waren op tijd bij Yoko en kregen eerst heel lekkere Japanse thee te drinken. Vervolgens met de song-thaw naar het park. Het was daar heel mooi. Prachtig bloeiende planten. Het geheel lag aan een grote vijver en het maakte deel uit van de universiteit. We maakten daar een wandeling en kwamen langs de faculteit voor de traditionele geneeskunst. Daar stonden beelden die allerlei houdingen uitbeelden als oefening voor diverse lichamelijke klachten. Die oefeningen zijn sprekend de oefeningen die ik van de fysiotherapeut moet doen voor mijn rug en schouders.
We hadden verkeerd begrepen dat we hier zouden picnicken. Daarvoor gingen we naar een ander park vlak bij een waterval waar allerlei speciale plekjes waren. Het was daar ook erg mooi en de kinderen konden lekker spelen. Polly had gelogeerd bij Nayu en was er ook bij. Later in de middag gingen we weer naar het huis van Yoko waar ze ons vertelde er op te rekenen dat we zouden blijven om sushi te eten. Ze vertelde dat er Japanners in de buurt woonden met een restaurant en dat die op zaterdag volgens bestelling sushi maakten. Nou, die sushi was overheerlijk. Zelfs het eten met stokjes ging me aardig goed af.
Wij waren van plan om zondag naar een soort dorp te gaan dat door een kunstenaar uit Chiang Rai (Thwan Duchanee) is gebouwd. Hij heeft in de jaren 60 ook een paar jaar in Nederland gestudeerd. Wij spraken af dat we haar en haar man een dag later zouden komen halen met een song-thaw. Inmiddels was Julia gearriveerd om Polly op te halen. Nayu en Saengdao gingen met haar mee. We werden uitgenodigd voor een BBQ bij haar thuis. Er zouden nog meer mensen komen.
Dus wij er naar toe. Ze woont in een beeldig huis in een sort bos/boomgaard. Onze song-thaw driver wilde er eerst niet het bos inrijden omdat het er aardedonker is. Maar On wees de weg. Ik zou het zelf nooit gevonden hebben, want je zag geen hand voor ogen. Er was een heel gezelschap aanwezig. Nederlanders, Russen, Nieuw-Zeelanders, een Birmees. Heel leuk. Het was ondertussen vreselijk koud geworden. Buiten werd een vuur aangelegd en de BBQ aangestoken. Het vuur gaf wat warmte maar het bleef KOUD!KOUD! Tegen 11 uur bracht Julia ons naar huis en Saengdao bleef slapen. Nakharin wilde dat niet en die ging met ons mee. Het duurde lang eer ik weer wat opgewarmd was. Ik wist niet dat het in Thailand zo koud kon zijn.
Zondag gingen we al weer op tijd weg en haalden eerst Yoko en haar man op. Die gingen bij nader inzien op de brommer, omdat Yoko nog erg moe was van de dag ervoor en na het bezoek aan de huizen weer naar huis wilde om te rusten.. We kwamen aan bij Ban Dam. De estate overtrof mijn verwachtingen. Ik dacht dat er één of twee huizen zozuden staan, maar het was een heel dorp. Het eerste gebouw dat we zagen was nog in aanbouw. Het leek wel een kathedraal. Schitterend. De kunstenaar/architect zat daar wel, maar we hadden al gehoord dat hij met rust gelaten wilde worden, dus hebben we hem niet aangesproken, Het is een markante figuur met een lange grijze baard. De huizen zijn van donker hout gebouwd en mooi gedecoreerd. Overal stonden prachtige gebruiksvoorwerpen. Maar we mochten nergens naar binnen, alleen vanaf de buitenkant bewonderend kijken. Deze plek staat nergens aangegeven. Je moet echt weten waar je zoeken moet. Onze song-thaw driver had er nog nooit van gehoord en Simon wees dan ook op zijn brommer de weg en Yoko en haar man reden weer achter ons aan.
Om 12 uur gingen ze dicht voor de lunch en moesten we weg. Dit is echt een plek om nog eens te bezoeken. Julia was met de kinderen gekomen en toen Ban Dam werd gesloten reden we in optocht naar het olifantenkamp aan de Kok River. Yoko en haar man gingen naar huis, want die wilden even slapen. Het olifantenkamp was enig, maar mij zie je niet op een olifant. Veel te hoog. We bleven daar een poos en reden vervolgens terug met onderweg een stop bij de Boeddha grotten. Dat vond ik ook heel bijzonder. Het zijn grotten en binnenin is een tempel gemaakt met diverse beelden. Gelukkig was de trap er naar toe redelijk comfortabel.
We wandelden nog wat rond en gingen weer naar huis. Het was een vermoeiend, maar erg leuk en gezellig week-end.
http://www.buddhistartnews.com/ban07/?p=535
maandag, januari 12, 2009
Visumtocht naar Myanmar (Birma)
Donderdag 8 januari 2009 moest Simon weer een tocht over de grens maken om zijn visum te verlengen. Ik ging met hem mee, want ik wilde de andere kant van de grens ook wel even zien. Vanaf het busstation in Chiang Rai kun je elk half uur met een bus naar Mae Sai, de grensplaats. De eerste bus waar we instapten, was een heel goedkope en ook heel klein. Wij pasten niet tussen de bankjes en besloten een volgende bus te nemen. Dat ging goed, die bus was wat duurder, maar ook wat ruimer. Met z'n tweeën op een driepersoonsplaats ging net. Overigens was het maar 84 B voor ons beiden. We hadden een conductrice waarvan ik dacht dat het misschien eigenlijk een man was. Dat soort figuren zie je tamelijk vaak in Thailand. Ik heb nog nooit kunnen merken dat iemand er aanstoot aan nam. Dit was een bus die tamelijk veel stopte en na twee uur rijden waren we in Mae Sai. Het was inmiddels 12 uur en tijd om eerst even iets te eten. Simon wist een goeie Chinees. Daar kregen we eerst een gestoomd broodje gevuld met ei en varkensvlees en nog iets gestoomds dat ook lekker was. Vervolgens een kom noedelsoep en we konden er weer tegen. Daarna liepen we naar de Thaise grenspost, waar we uitgestempeld werden. Vervolgens naar de immigratie van Myanmar. Daar werden we gefotografeerd, moesten ieder 500 B betalen en moesten ons paspoort inleveren en kregen een dagpas. De andere Birmese kant van de grens heet Thaichileik. We werden al meteen aangesproken door een tuktuk-driver die ons voor 300 B wel wilde rondrijden. We accepteerden dat, want het is een handige manier om wat te zien zonder al te moe te worden. De man sprak Thais en gaf onderweg uitleg. Wat me het eerste opviel was dat hier nog veel sarongs worden gedragen, ook door mannen en het verkeer is rechts. We werden eerst naar een tempel gereden, die we aan de binnenkant nogal steriel vonden. Er waren wel mooie muurschilderingen over het leven van Boeddha. En er werden souvenirs aangeboden. Ik kocht een stel mooi geborduurde postkaarten. Bij nader inzien was wel merkbaar dat de mensen hier armer zijn dan in Thailand. Hierna werden we naar weer een andere tempel bovenop een heuvel gebracht. De tuktuk kwam met moeite boven en we hoopten maar dat zijn remmen beter waren dan zijn motor, want we moesten natuurlijk oook nog naar beneden. Ook hier was toch wel duidelijk merbaar dat het allemaal minder rijk is dan in Thailand. Het was een vrij groot complex en erg leeg. Simon en ik kregen meteen een begeleider met een paraplu om ons in de schaduw te houden. We kwamen niet van ze af en accepteerden het maar. Hoewel ze zeiden dat we niet hoefden te betalen was er natuurlijk wel hoop op een fooitje. De mensen waren ontzettend vriendelijk en hulpvaardig zonder dat ze onderdanig werden. Ook moesten en zouden we samen op de foto en de mannelijke parapludrager wees ons precies de plekken aan waar we moesten staan of zitten en hij maakte dan met mijn camera de foto's. Simon en ik werden er allebei een beetje lacherig van.
Na ons bezoek aan deze tempel werden we naar een soort wijkje gebracht dat nog geheel in authentieke stijl bestond. De man zei ons hierdoor naar beneden te lopen waar hij op ons zou wachten. Hij vertelde dat de grote tours dit ook deden. Hij had gelijk dat het bijzonder was om er doorheen te lopen. Smalle straatjes met huizen van hout en bamboe en mensen die onder hun huizen aan het werk waren. We zagen dat hier ook nog veel op houtskool wordt gekookt. We brachten ook een bezoek aan de plaatselijke markt, waar we rustig konden lopen zonder lastig te worden gevallen.
Hij wilde ons nog naar de longneks brengen, maar dat hebben we afgeslagen.
We werden teruggebracht naar de grens en toen was het tijd voor koffie. Er bleek een goeie koffieshop te zijn. Na de koffie liepen we nog over de grensmarkt. Het was er erg druk met Thai, die hier massaal inkopen konden doen. Deze markt zag er ook heel wat rijker uit dan de markt binnenin de stad.
We liepen weer terug naar de grenspost, waar we eerst onze paspoorten konden ophalen bij de Birmese kant en vervolgens bij de Thaise kant weer werden ingestempeld. Simon zijn visum werd verlengd met drie maanden en ik kreeg een stempel dat 14 dagen geldig is. Dat betekent dat ik een overstay maak als ik in Bangkok aankom, maar 1 dag is toegestaan.
We haalden nog net een goeie aircobus terug naar Chiang Rai. Dit is een bus die helemaal door rijdt naar Rayong aan de golf van Thailand. Een flesje water en een verfrissingsdoekje waren inbegrepen bij de prijs, die nu 67 B p.p. was. Maar we hadden prima stoelen. Ik zat er zelfs beter dan in het vliegtuig. Deze bus ging ook heel veel sneller. We vertrokken 15.45 uur en waren 17 uur weer in Chiang Rai. Nog even eten in het vegetarisch restaurant en toen met een tuktuk weer naar huis.
Was ik dus toch nog even in Myanmar geweest. Ik denk wel dat de mensen in zo'n grensplaats waar ook tours komen, toch wat beter af zijn wat werk en inkomsten betreft, dan in de rest van dat land.
Na ons bezoek aan deze tempel werden we naar een soort wijkje gebracht dat nog geheel in authentieke stijl bestond. De man zei ons hierdoor naar beneden te lopen waar hij op ons zou wachten. Hij vertelde dat de grote tours dit ook deden. Hij had gelijk dat het bijzonder was om er doorheen te lopen. Smalle straatjes met huizen van hout en bamboe en mensen die onder hun huizen aan het werk waren. We zagen dat hier ook nog veel op houtskool wordt gekookt. We brachten ook een bezoek aan de plaatselijke markt, waar we rustig konden lopen zonder lastig te worden gevallen.
Hij wilde ons nog naar de longneks brengen, maar dat hebben we afgeslagen.
We werden teruggebracht naar de grens en toen was het tijd voor koffie. Er bleek een goeie koffieshop te zijn. Na de koffie liepen we nog over de grensmarkt. Het was er erg druk met Thai, die hier massaal inkopen konden doen. Deze markt zag er ook heel wat rijker uit dan de markt binnenin de stad.
We liepen weer terug naar de grenspost, waar we eerst onze paspoorten konden ophalen bij de Birmese kant en vervolgens bij de Thaise kant weer werden ingestempeld. Simon zijn visum werd verlengd met drie maanden en ik kreeg een stempel dat 14 dagen geldig is. Dat betekent dat ik een overstay maak als ik in Bangkok aankom, maar 1 dag is toegestaan.
We haalden nog net een goeie aircobus terug naar Chiang Rai. Dit is een bus die helemaal door rijdt naar Rayong aan de golf van Thailand. Een flesje water en een verfrissingsdoekje waren inbegrepen bij de prijs, die nu 67 B p.p. was. Maar we hadden prima stoelen. Ik zat er zelfs beter dan in het vliegtuig. Deze bus ging ook heel veel sneller. We vertrokken 15.45 uur en waren 17 uur weer in Chiang Rai. Nog even eten in het vegetarisch restaurant en toen met een tuktuk weer naar huis.
Was ik dus toch nog even in Myanmar geweest. Ik denk wel dat de mensen in zo'n grensplaats waar ook tours komen, toch wat beter af zijn wat werk en inkomsten betreft, dan in de rest van dat land.
maandag, januari 05, 2009
Phu Chi Fah en Chiang Khong
Zaterdag 3 januari 2009 gingen we weer op pad met een busje. We wilden naar de klif Phu Chi Fah en daarna naar het stadje Chiang Khong. Na een tocht van ongeveer twee uur kwamen we boven bij de berg. Onderweg weer een mooi landschap. De Phu Chi Fah is een steile klip, die in Thailand zeer beroemd is. Veel mensen gaan in de buurt kamperen en gaan dan eerst 's avonds naar de zonsondergang kijken. En 's morgens naar de zonsopgang. Volgens de beschrijvingen moet dat een spectaculair gezicht zijn. De vallei is gevuld met mist en daar gaat de zon doorheen schijnen en als je het geluk hebt dat de mist geheel verdwijnt, kun je beneden de Mekhong zien stromen en schijnt het uitzicht adembenemend te zijn. Toen wij bij de parkeerplaats kwamen, stond het er al mudvol met auto's. Het bleek dat de laatste 750 meter geklommen moest worden. Gezien de artrose in mijn knieën leek dat geen goed idee. Bovendien had ik het vermoeden dat er weinig te zien zou zijn, want er hing veel nevel. Simon, On en de kinderen gingen wel. Het was er inderdaad mistig. Toen ik beneden zat te wachten, zag ik ineens een jong stel van een hill-tribe. Het leek mij Mhong, gezien de fraaie geborduurde kleding van de jonge vrouw. Bij haar prachtige dracht droeg ze schoenen met stelthakken. Maar ja, geboren en getogen in de bergen, liep ze met gemak de berg op alsof ze in een park wandelde. De jonge man, die ook fraai gekleed was, liep er nonchalant bij met de handen in de zakken. Een heel verschil met de zwoegende toeristen.
Het was trouwens behoorlijk frisjes op de berg, vooral omdat de zon verstek liet gaan. Die scheen wel in de vallei aan mijn kant. Het was een druk komen en gaan. Hele families werden aangevoerd in pickup trucks. Vaak gehuld in dekbedden en dekens. Ik sta iedere keer weer versteld hoeveel Thai in één auto gaan. Zo telde ik een familie waarvan 12 mensen in de open bak zaten en in de cabine zaten ook nog eens drie volwassen met een stel kleine kinderen op schoot. Je moet er nietaan denken dat die een ongeluk krijgen. De weg is niet geschikt voor toerbussen, dus die kwamen er niet. Ik zag ook geen andere westerlingen. Deze berg ligt ook niet op een route die de westerlingen gebruiken. Je moet er speciaal naar toe en je moet dan iets huren want er rijdt geen bus. Het is ook maar de vraag of het een song-thaw lukt de berg op te komen. We zagen wel stoere fietsers. Bewonderenswaardig. De berg is plm. 1600 meter hoog met flinke steile hellingen. Tegen de kou werd er instantsoep verkocht, maar ook een soort roti. Die worden in een flinke hoeveelheid boter gebakken. Toch kon ik de verleiding niet weerstaan en bestelde er eentje met banaan. Op het pannenkoekje gaat dan ook nog eens gecondenseerde gesuikerde melk. Mierzoet en vet, ongezond en HEERLIJK!!!. De rest van de familie hield het bij terugkomst op soep.
Daarna weer de berg af en op weg naar Chiang Khong. We kwamen langs leuke dorpen met mensen in hun specifieke dracht. Mooie huizen van bamboe en hout. Maar ook weer van beton. Iedereen bouwt zoals het hem lijkt en ook heeft niet iedereen een opgeruimd erf. Vaak is het een zooitje. Ik moet dan denken aan Nederlandse welstandscommissies die zich buigen over een bouwplan als iemand een ietsjepietsje wat anders wil. Wel netjes en opgeruimd natuurlijk, maar ook wel saai. Vanuit mijn flat in Leiden zie ik de achterkanten van huizen aan de overkant van het water. Aan de achterkant mag je in Nederland wat meer en daar hebben een aardig aantal bewoners gebruik van gemaakt. Heerlijk vind ik dat al die aparte schuurtjes, uitbouwtjes, molens e.d.
Het was nog een hele rit. Uiteindelijk zagen we de Mekhong weer. De rivier leek hier wat smaller dan bij Chiang Saen. Ongeveer 15 km voor Chiang Khong was een uitzichtpunt. Ik blijf de rivier fascinerend vinden. En aan de overkant Laos, waar het leven totaal anders is. Eindelijk kwamen we bij Chiang Khong. Er was een lange hoofdstraat met aan de kant markt. Een keur van verse groenten ligt opgestapeld en uitgestald op rieten matjes. De koopvrouwen op hun hurken ernaast. Ook zagen we veel guesthouses. Deze plaats wordt veel gebruik door backpackers om naar Laos te gaan of Thailand binnen te komen. Het was een gezellige drukte. We vonden een aardig guesthouse met restaurant en een fraai terras aan de rivier. Tot mijn vreugde hadden ze keng tjeu. Dat is een vegetarische soep met veel groente in een koreanderbouillon. Was lekker klaar gemaakt.
Toen we terug gingen kocht Simon op de markt nog een grote gegrilde vis om thuis op te eten. Die vissen worden dik ingesmeerd met zout en dan op een rooster gegrild. Ze zijn erg lekker.
Via de kortste route naar huis, maar dat was toch nog ongeveer twee uur rijden. We waren pas weer tegen 8 uur thuis en waren moe van een geweldige dag.
Het was trouwens behoorlijk frisjes op de berg, vooral omdat de zon verstek liet gaan. Die scheen wel in de vallei aan mijn kant. Het was een druk komen en gaan. Hele families werden aangevoerd in pickup trucks. Vaak gehuld in dekbedden en dekens. Ik sta iedere keer weer versteld hoeveel Thai in één auto gaan. Zo telde ik een familie waarvan 12 mensen in de open bak zaten en in de cabine zaten ook nog eens drie volwassen met een stel kleine kinderen op schoot. Je moet er nietaan denken dat die een ongeluk krijgen. De weg is niet geschikt voor toerbussen, dus die kwamen er niet. Ik zag ook geen andere westerlingen. Deze berg ligt ook niet op een route die de westerlingen gebruiken. Je moet er speciaal naar toe en je moet dan iets huren want er rijdt geen bus. Het is ook maar de vraag of het een song-thaw lukt de berg op te komen. We zagen wel stoere fietsers. Bewonderenswaardig. De berg is plm. 1600 meter hoog met flinke steile hellingen. Tegen de kou werd er instantsoep verkocht, maar ook een soort roti. Die worden in een flinke hoeveelheid boter gebakken. Toch kon ik de verleiding niet weerstaan en bestelde er eentje met banaan. Op het pannenkoekje gaat dan ook nog eens gecondenseerde gesuikerde melk. Mierzoet en vet, ongezond en HEERLIJK!!!. De rest van de familie hield het bij terugkomst op soep.
Daarna weer de berg af en op weg naar Chiang Khong. We kwamen langs leuke dorpen met mensen in hun specifieke dracht. Mooie huizen van bamboe en hout. Maar ook weer van beton. Iedereen bouwt zoals het hem lijkt en ook heeft niet iedereen een opgeruimd erf. Vaak is het een zooitje. Ik moet dan denken aan Nederlandse welstandscommissies die zich buigen over een bouwplan als iemand een ietsjepietsje wat anders wil. Wel netjes en opgeruimd natuurlijk, maar ook wel saai. Vanuit mijn flat in Leiden zie ik de achterkanten van huizen aan de overkant van het water. Aan de achterkant mag je in Nederland wat meer en daar hebben een aardig aantal bewoners gebruik van gemaakt. Heerlijk vind ik dat al die aparte schuurtjes, uitbouwtjes, molens e.d.
Het was nog een hele rit. Uiteindelijk zagen we de Mekhong weer. De rivier leek hier wat smaller dan bij Chiang Saen. Ongeveer 15 km voor Chiang Khong was een uitzichtpunt. Ik blijf de rivier fascinerend vinden. En aan de overkant Laos, waar het leven totaal anders is. Eindelijk kwamen we bij Chiang Khong. Er was een lange hoofdstraat met aan de kant markt. Een keur van verse groenten ligt opgestapeld en uitgestald op rieten matjes. De koopvrouwen op hun hurken ernaast. Ook zagen we veel guesthouses. Deze plaats wordt veel gebruik door backpackers om naar Laos te gaan of Thailand binnen te komen. Het was een gezellige drukte. We vonden een aardig guesthouse met restaurant en een fraai terras aan de rivier. Tot mijn vreugde hadden ze keng tjeu. Dat is een vegetarische soep met veel groente in een koreanderbouillon. Was lekker klaar gemaakt.
Toen we terug gingen kocht Simon op de markt nog een grote gegrilde vis om thuis op te eten. Die vissen worden dik ingesmeerd met zout en dan op een rooster gegrild. Ze zijn erg lekker.
Via de kortste route naar huis, maar dat was toch nog ongeveer twee uur rijden. We waren pas weer tegen 8 uur thuis en waren moe van een geweldige dag.
donderdag, januari 01, 2009
Chiang Saen en Golden Triangle
Woensdag 31 december hadden we weer een busje gehuurd. Eerst leek het erop dat het niet zou lukken, maar uiteindelijk was er toch wat vrij. We vertrokken even na half negen richting Chiang Saen. Na ruim een uur kwamen bij het meer dat kort voor de plaats ligt. Het was daar erg mooi en vredig. Hier viel het nog mee met de toeristen. We hebben er ongeveer een uur doorgebracht en genoten van de rust en al het moois.
Daarna weer verder. We wilden nog de oude stad bezoeken.
Na een mooie tocht bereikten we de eerste ruine met een nog in gebruik zijnde Wat. De Wat Phrathat Chedi Luang. We wilden naar het museum, maar dat bleek wegens renovatie gesloten. Aan de overzijde van de weg waren nog een paar oude gebouwen te zien met een aanduiding van een vroeger stratenplan. Met het busje lieten we ons door Chiang Saen rijden, op zoek naar oude gebouwen. Dat leverde weinig op, maar we zagen wel heel wat van de nieuwe stad. Die zag er mooi uit vonden we. Heel wat mooier dan Chiang Rai. Het geheel maakte ook een welvarende indruk, net als de hele streek. Tenslotte kwamen we bij de Mekong. Een indrukwekkende rivier. Bij een vroeger bezoek aan Thailand had ik de rivier al eens gezien bij Nongkhai en later in Laos bij Vientiane.
Er lagen boten uit China en aan de overzijde lag Laos. We trokken weer verder naar de Golden Triangle. De chauffeur bracht ons eerst naar een tempel op een berg, Phrathat Doi Pu Khao. Vanaf het bordes van de tempel hadden we een schitterend uitzicht op de vallei van de Mekong. Een eindje verder stelde een Akha vrouw haar drie kindjes op die er schattig uitzagen in hun mooie klederdracht. Ze zongen een liedje voor me en natuurlijk gaf ik geld om ze te kunnen fotograferen.
Vervolgens reden we door naar het officiële punt aan de kade van de Mekong. Hier was het stervens druk. Het uitzicht was wel weer erg mooi en we hadden goed uitzicht op het grensgebied Thailand, Laos en Birma. Ik denk dat het buiten het hoogseisoen hier heel rustig is.
Via Mae Sai reden we weer terug naar huis.
Daarna weer verder. We wilden nog de oude stad bezoeken.
Na een mooie tocht bereikten we de eerste ruine met een nog in gebruik zijnde Wat. De Wat Phrathat Chedi Luang. We wilden naar het museum, maar dat bleek wegens renovatie gesloten. Aan de overzijde van de weg waren nog een paar oude gebouwen te zien met een aanduiding van een vroeger stratenplan. Met het busje lieten we ons door Chiang Saen rijden, op zoek naar oude gebouwen. Dat leverde weinig op, maar we zagen wel heel wat van de nieuwe stad. Die zag er mooi uit vonden we. Heel wat mooier dan Chiang Rai. Het geheel maakte ook een welvarende indruk, net als de hele streek. Tenslotte kwamen we bij de Mekong. Een indrukwekkende rivier. Bij een vroeger bezoek aan Thailand had ik de rivier al eens gezien bij Nongkhai en later in Laos bij Vientiane.
Er lagen boten uit China en aan de overzijde lag Laos. We trokken weer verder naar de Golden Triangle. De chauffeur bracht ons eerst naar een tempel op een berg, Phrathat Doi Pu Khao. Vanaf het bordes van de tempel hadden we een schitterend uitzicht op de vallei van de Mekong. Een eindje verder stelde een Akha vrouw haar drie kindjes op die er schattig uitzagen in hun mooie klederdracht. Ze zongen een liedje voor me en natuurlijk gaf ik geld om ze te kunnen fotograferen.
Vervolgens reden we door naar het officiële punt aan de kade van de Mekong. Hier was het stervens druk. Het uitzicht was wel weer erg mooi en we hadden goed uitzicht op het grensgebied Thailand, Laos en Birma. Ik denk dat het buiten het hoogseisoen hier heel rustig is.
Via Mae Sai reden we weer terug naar huis.
Flower Festival
Maandag 29 december besloten we een bezoek te brengen aan het Flower Festival hier in Chiang Rai. Het was een prachtige tentoonstelling van bloemen zoals ze hier in de buurt gekweekt worden. Klapstuk was een heel veld met tulpen, die veel bekijks trokken. Er waren aardig wat mensen op de been. Het geheel deed me wat denken aan de Keukenhof. Net als in de tuin van Doi Tung veel begonia,s, geraniums en ook nog gladiolen. Langs de rand was een plantenmarkt, waar we ook overheen hebben gelopen. En natuurlijk was er de etensmarkt. Twee grote velden met tafels en stoelen en langs de randen de eettentjes waar vele gerechten konden worden gekocht. Verder een markt met de gebruikelijke waren. Ook was er een kleine hill-tribe village, niet van een soort bergvolk, maar van diverse. Zo kon je zien welke soorten huizen er gebouwd worden.
Het is hier hoogseizoen. Veel Thai hebben deze week vrij en trekken naar het noorden om de kou te ervaren. Nou valt het overdag wel mee met die kou. De zon schijnt en in de middag komt de temperatuur zeker boven de 25 graaden. Er waait wel een frisse wind en dat maakt de warmte aangenaam.
Het is hier hoogseizoen. Veel Thai hebben deze week vrij en trekken naar het noorden om de kou te ervaren. Nou valt het overdag wel mee met die kou. De zon schijnt en in de middag komt de temperatuur zeker boven de 25 graaden. Er waait wel een frisse wind en dat maakt de warmte aangenaam.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
