dinsdag, januari 29, 2008

Terug naar Nederland

Het afscheid viel weer niet mee. Maar gelukkig is er meteen veel afleiding. Voor mij is het pas de tweede keer dat ik vanaf deze airport (Suvarnabuhmi) vertrek. De vorige keer was de airport pas geopend en was er niet zo veel te beleven als je eenmaal de paspoortcontrole was gepasseerd. Dat was nu anders. Heel veel winkels en allerlei restaurantjes. Het zag er allemaal heel gezellig uit en het was nog behoorlijk druk. Omdat je in Bangkok ook helemaal geen vloeistoffen mee mag nemen, had ik niets bij me. Maar er was een gezellig terrasje en daar heb ik een sapje gedronken en de mensen bekeken tot het tijd was om naar de gate te gaan. Het vliegtuig was te laat binnengekomen uit Taipei, dus had ik ruim de tijd. Eindelijk konden we het vliegtuig in. Er is altijd een aparte ingang voor de business class en de eerste klas en apart voor de economy. Natuurlijk zijn er dan mensen van de economy die dan door die andere ingang willen, want daar zijn minder mensen. Het zijn bijna altijd Nederlanders die voor willen dringen. Genant vind ik dat. Ik lees meestal een Engels boek en heb een omslag om mijn paspoort, zodat ik niet direkt herkenbaar ben als Nederlandse. Ik snap dat dringen ook niet. Want iedereen heeft een besproken plaats en je zit 12 uren in dat ding.
De vlucht verliep heel voorspoedig en helemaal geen turbulentie. Ik kan nooit slapen en gelukkig heb ik een raamplaats, zodat ik even naar buiten kan kijken. Boven India verbaas ik mij altijd over de vele steden die ik zie. Hoewel we bijna elf kilometer hoog vliegen, is door het heldere weer de verlichting goed te zien. De wegen slingeren zich als kerstversiering door het landschap. We vliegen vlak langs Delhi en Lahore en dat zijn reusachtige lichtvlekken. Ik besef altijd weer dat het continent Azië zo groot is. We vliegen 8 uren boven Azië voordat we bij Turkije het Europese luchtruim binnenvliegen. En van Bangkok naar het andere puntje van Azië komt er ook nog een aardig aantal uren bij.
Boven Duitsland begon de bewolking. Daar vlogen we eerst boven, maar boven Nederland begon de daling en vlogen we enige tijd in "de soep". De captain riep ruim tevoren op dat we moesten blijven zitten, riemen om, schoenen aan. Er waren waarschuwingen vanaf Schiphol voor hevige windstoten. Tenslotte kwamen we uit de wolken en daar lag Nederland. Grauw en druipend van de regen. Het vliegtuig schudde af en toe behoorlijk door de wind. Maar de piloten zetten het toestel keurig aan de grond, al dacht ik eventjes dat we van de baan geblazen werden. Dat het toch geen verbeelding was geweest hoorde ik bij de bagageband, waar verschillende mensen zeiden dat ze het rukje ook hadden gevoeld. Hulde aan de piloten van China Airlines die het toestel keurig en veilig aan de grond kregen.
Michiel en Stéphanie stonden op mij te wachten. Het was heel fijn om hun ook weer te zien. Inmiddels was er tot mijn vreugde ook een Starbucks op Schiphol en ik verheugde mij op een echte cappuccino. Helaas!Helaas! Slappe bak. Het was erg druk en volgens mij werd de juiste procedure niet gevolgd. Ik zal nog wel eens gaan voor een tweede kans. Maar als het dan nog niks is blijft mijn stelling overeind: In Nederland kunnen ze geen goeie cappuccino maken.

dinsdag, januari 22, 2008

wandelen in Bangkok

De vakantie zit erop, maar we hebben afgelopen week nog een paar interessante en mooie wandelingen gemaakt. Ik heb weer een een heel ander gedeelte van Bangkok gezien. Ik kwam er wel langs in de taxi, maar dat is toch heel anders.
Dinsdag 15 januari maakten we de Rattanakosin Walking Tour, ook gehaald van de site thailandforvisitors.com . Officieel begint die bij de Thien Pier en dan moet je naar het startpunt lopen bij het Saranrom Park. Wij hebben ons met de taxi bij het park laten afzetten. Het park hoorde oorspronkelijk bij een paleis dat Rama V gaf aan zijn zoons. Het was nog ontworpen door Rama IV. Een schitterend parkje. We kwamen langs een plekje met fitnessapparatuur. Dat heb ik even geprobeerd, maar het was duidelijk ontworpen voor de wat kleinere Thai. Mijn proberen werd vrolijk gadegeslagen door een paar lunchende werklieden. We liepen verder en ik vind het jammer dat er niet zo'n parkje is vlak bij het huis van Simon. Het is werkelijk een juweeltje. Een vijver met grote vissen. Een heel mooi kleine shrine, met in het midden een versierde boomstronk die duidelijk vereerd wordt gezien de versieringen en de wierook plus kaarsen die er staan. Daar was ook een klein veldje bij met omhoog stekende steentjes en grote stenen. Op blote voeten eroverheen lopen geeft je een voetmasage. Wel een pijnlijke. We verlieten het parkje aan de andere kant en nadat we een brede, rustige straat waren overgestoken, kwamen we bij Wat Ratchabophit.In de grote prachtig versierde chedi bevindt zich een zittende Boeddha in de Lopburi stijl. In de tempel wordt ook de as bewaard van diverse koninklijke personen. Toen wij er waren was er een groot gezelschap dat net Tamboon had gemaakt. Ze hadden veel voedsel voor de monniken gebracht. Nadat die gegeten hadden, aten zij de restanten. Natuurlijk hadden ze ervoor gezorgd dat de restanten behoorlijk groot waren. Het zag er allemaal heel feestelijk uit. Daarna moesten we over een kanaal via een bruggetje dat was ontworpen door een van de vrouwen van Rama V. Ze was geboren in het jaar van het varken en zodoende heet de brug "varkensbrug". Om haar te eren is er een beeld van een gouden varken geplaatst, maar dat was nu bedekt door een grote gele doek zodat we het niet konden zien. Lopend door de omgeving zagen we wat van het oude Bangkok. Kleine klongs (kanalen) met schilderachtige doorkijkjes. Soms werden de straatjes zo smal, dat we a.h.w. door de voorkamer van de huizen liepen. Vervolgens bekeken we Wat Ratchapradit, ook een koninklijke tempel, in opdracht van Rama IV gebouwd. Uit de beschrijvingen van de diverse personen uit deze koninklijke familie, blijkt altijd weer dat diverse personen grote artistieke kwaliteiten hadden. Ook de huidige koning heeft diverse talenten. Tenslotte kwamen we bij het vroegere Saranrom Palace, dat bij het park hoorde. Het was totaal vervallen en moet grotendeels worden gesloopt. Daar was men nu mee bezig en op grote tekeningen konden we zien hoe het moet worden. Volgend jaar maar eens gaan kijken hoe het ermee staat. Het was een fikse wandeling. We kwamen langs de City Pilar Shrine. De Pilaar was gezet op 21 april 1782 om 6.45 uur a.m. Dat is de officiële datum van de stichting van Bangkok als hoofdstad van het Koninkrijk. Langs het Ministerie van Defensie waar vele kanonnen staan opgesteld uit de historie van Thailand. Het is curieus dat de kanonnen allemaal staan opgesteld in de richting van het Grand Palace. Het is wel fijn dat er veel bankjes staan op schaduwrijke plekken, zodat we regelmatig kunnen rusten. Vervolgens langs Sanam Luang, het grote plein vlak bij het paleis. Hier worden parades gehouden, vindt de rijstceremonie plaats en verzamelen de Thailanders zich als ze vinden dat ze de koning eer moeten bewijzen. Het is ook de plaats waar de traditionele vliegergevechten plaatsvinden. Als laatste punt bezochten we Wat Mahathat. Daar konden we niet in, want die werd totaal gerestaureerd en alles stond in de stijgers. Inmiddels hadden we aardig versleten voeten, dus tijd voor een taxi en op naar Khao San Road om te eten en koffie te drinken. Een geweldige dag.
Donderdag 17 januari maakten we de wandeling van de Golden Mount naar de Giant Swing. We hebben het een beetje omgedraaid en eerst de Giant Swing bekeken. Dat is een ontzettend grote schommel. Hieronder meer informatie.

Nieuwe 'Giant Swing' brengt hoop, eenheid en voorspoed

De nieuwe 'Giant Swing' in Bangkok brengt de Thaise bevolking hoop, eenheid en voorspoed, nu Koning Bhumibol en Koningin Sirikit de immense 'reuzenschommel' hebben ingewijd. Het plein tegenover het stadhuis in Bangkok zag 'geel' van de bezoekers die de officiële inwijdingsceremonie wilden bijwonen. Deze gaat terug op een oude Brahmaanse traditie. Koning Rama I liet in Bangkok in 1784 de eerste reuzenschommel neerzetten, met een hoogte van 30 meter. Dat exemplaar is in 1920 gerenoveerd. In 1935 werd gestopt met het 'schommelen', na enkele ernstige ongevallen met monikken die, conform de traditie, een zak met munten moesten pakken die aan een van de pilaren was bevestigd.Voor de nieuwe schommel zijn 6 boomstammen van teakhout gebruikt. Deze zijn inmiddels gecloond. Over enkele jaren zijn 1 miljoen nazaten van deze 99 jaar oude bomen beschikbaar om in tuin, park of bos te planten.

De reuzenschommel is een geweldige toeristische trekpleister in Bangkok. Samen met de naastgelegen Wat Suthat stond het op de nominatie voor vermelding op de Unesco-lijst van Werelderfgoederen.

Vervolgens liepen we meteen naar de Golden Mount. Dit is een onderdeel van Wat Saket. Ik was er al een paar keer geweest, maar arriveerde altijd van een andere kant. We kwamen nu eigenlijk aan de achterkant uit. Heel fraai en gelukkig veel schaduw, ook bij het eerste deel van de trap naar boven. Het zijn gemakkelijke treden, maar het blijft een hele klim. Ik kwam wat amechtig boven. Het uitzicht is schitterend. Je kunt binnen van het uitzicht genieten. In elke muur zijn veel ramen en alle luiken staan open, zodat er een frisse wind waait en het mogelijk is af te koelen terwijl je van het uitzicht geniet. Je kunt nog hoger via een tamelijk smalle trap, maar daar had ik nu geen zin in. Het was er tamelijk druk met veel westerse touristen. Weer naar beneden langs de klokken die je allemaal even mag laten luiden. En dat doen de meeste mensen. Het geeft een heel apart geluid.

Vervolgens gingen we naar Wat Ratchanada, een heel bijzonder gebouw. Had ik ook al vaak uit de taxi gezien. Het heeft een zwart dak en zwarte torens. Deze Wat is echt afwijkend van alle tempels die ik gezien heb. Binnen zijn elkaar kruisende gangen en aan het eind van een gang staat dan een Boeddhabeeld. Een heel aparte sfeer. Er ging een prachtige houten trap naar boven, maar op de 1e etage hield ik het voor gezien en On ook. Simon ging alleen naar boven en hij was heel enthousiast over het uitzicht. Maar de Golden Mount zat nog in mijn benen en ik geloofde het wel. Terwijl we verder liepen kwamen we over een amulettenmarkt. Het geloof in de amuletten vind ik ook heel apart. Er zijn heel gewone, die je voor een paar Bath kunt kopen. Als je ze meer kracht wilt geven ga je naar een tempel en laat ze zegenen door een monnik. Hoe beroemder de monnik of hoe beroemder de tempel, zoveel te meer kracht krijg je. Sommige amuletten zijn enig of er zijn er maar een paar. Als ze heel oud zijn en ook nog eens gezegend door een beroemde monnik, zijn ze ontzettend veel geld waard. Ik heb een tamelijk kostbare amulet, gekregen van de broer van On toen hij nog monnik was. Hij heeft ongeveer tien tot elf jaar in een klooster gewoond en tijdens studiereizen beroemde monniken ontmoet.

Dit geloof in amuletten blijkt ongelooflijk te zijn. Een poosje geleden stond in de Bangkok Post een artikel over een generaal die 4000 amuletten had laten aankopen voor de militairen die naar het zuiden zouden worden gestuurd. Daar is het erg onrustig. Er vinden vrijwel dagelijks aanslagen plaats. Hij wilde verplicht laten stellen dat de militairen deze amuletten elke dag dragen. Wie dat niet doet krijgt 3 dagen celstraf. Hij vertelde in een interview dat bij de laatste aanslag op een bus met militairen alle gewonde militairen geen amulet droegen en de niet-gewonden wel. De amuletten die hij had aangekocht kwamen uit een tempel in de buurt van Khon Kaen. Daar woonde een zeer beroemde monnik met bijzondere gaven Hij had nog net voor zijn dood (op 92 jarige leeftijd) 10.000 amuletten gezegend en daarvan waren deze dus voor de militairen aangekocht. Uit interviews bleek dat veel militairen echt zwaar behangen met amuletten de strijd ingaan. Sommigen hadden er wel 100.

Vrijdag 18 januari was er 's morgens een sportevenement op school en Saeng Dao zou meedoen. dit was in de plaats van de vervallen sportdag 14 dagen eerder. De publieke rou is ten einde, maar de school wilde het evenement niet te groot maken. Daarom doen de kleuters vandaag niet mee, die komen volgende week aan de beurt. Jammer, dan ben ik er niet meer. Het was heel gezellig. Eerst de optocht. Men vertrekt van de voorkant van de school en dan wordt rondom een huizenbblok gelopen en via de achterkant het school/sportplein weer op. De kinderen zijn allemaal mooi aangekleed en alle meisjes zijn opgemaakt. Dat hoort er in Thailand altijd zo bij. Ik had een lekker plekje in het prieel op een van de hoeken van het plein. Vandaar kon ik alles goed zien. Het is ook fijn dat in dat prieel een wat hogere bank staat, zodat ik goed kon zitten.

En zaterdag de 19e, gingen we naar departmentstore Central World. Ik wil die laatste dag altijd wat doen. Ik vertrek pas in de nacht en als we niks ondernemen heb ik het idee de hele dag te zitten wachten tot ik weg kan. In Central World is ook een Kids Land, met allemaal speeltoestellen. De kinderen vonden het leuk, maar geven toch de voorkeur aan YoYo Land in Seacon Square. Daar is inderdaad toch wat meer en het is groter. We gingen eten in de food court. Ze hebben hier fantastisch lekker eten. Vooral de vegetarische afdeling is erg goed. Maar deze keer nam ik gebakken noedels met kip en die waren ook erg lekker. Vervolgens liepen we nog even langs de afdeling met Asian Treasures. Een afdeling met schitterend handwerk en heel veel mooi porcelein. Ook een winkeltje met het Celandon Porcelein en daar kocht een theepotje met twee kopjes. Gelukkig kon het nog in mijn handkoffertje. Een leuke herinnering. Naar huis en inpakken en de avond nog even "omgekregen" met een spannende film. En om half twaalf naar het vliegveld. Na het inchecken gingen we nog even wat eten en vervolgens was het tijd voor afscheid. Altijd een heel vervelend moment. Maar gelukkig is daar internet met Skype en mailcontact. Einde van zes heerlijke weken.

dinsdag, januari 15, 2008

week-end Ayutthaya

We gingen vrijdag 11 januari naar Ayutthaya, de oude koningsstad. Eigenlijk zou er op de school van de kinderen een sportdag zijn, maar i.v.m. de publieke rouwperiode voor prinses Galyani ging dat niet door. Daardoor konden ze gemakkelijk een dagje vrij krijgen. We wilden me de trein van 10.05 uur van het hoofdstation Luang Hampong vertrekken. Om 9 uur namen we de taxi en we verwachtten tijd genoeg te hebben. Helaas hadden we een sukkel van een chauffeur die de weg niet zo goed wist en vanaf de tolweg naar een punt wilde rijden vanwaar hij het station kon vinden. Hij negeerde de aanwijzingen van Simon, want hij vond duidelijk dat hij als Thailander heus wel beter wist waar het station was dan deze farang. We kwamen dus terecht in de file bij Rama IX en sukkelden bumper aan bumper per centimeter vooruit. Simon begon zich al af te vragen of we de trein van 10.50 zelfs nog zouden halen. Maar, ineens kwam er gang in de rij auto's en kwamen we tegen 5 voor tien bij het station. Onze sukkel reed toen ook nog naar de verkeerde plek waar passagiers uitgeladen kunnen worden. Om 10 uur stormden we de hal binnen. Een touristmevrouw wees mij waar onze trein stond en Simon ging kaartjes kopen. En zo zaten we nog net op tijd in de trein, die al behoorlijk vol was. We vonden nog een paar zitplaatsen en daar gingen we. In de tweede klas waren nog plekken open. Helaas bleek dat we in de trein onze kaartjes niet konden ruilen, dus moesten we wel in de derde. Het voordeel was wel dat we naar buiten konden kijken, want in de tweede klas waren de ramen dicht i.v.m. airco en die ramen zijn praktisch matglas door het vuil dat erop zit. Als je in Thailand een kaartje koopt, koop je dat voor een bepaalde trein. Dus je kunt niet zomaar een andere trein nemen, ook al gaat hij naar dezelfde plaats.
Bij mij zat een echtpaar uit Canada, dat op wereldreis bleek te zijn. Hiervoor hadden ze India bezocht en ze waren erg verrast toen ze in Bangkok aankwamen. Ze vonden dat alles zo schoon en netjes was. Het zou niet mijn eerste beschrijving zijn van Bangkok, maar het schijnt dat India voor westerse mensen ontzettend smerig is en dat je er goed moet uitkijken met eten en drinken. In Thailand is overal gezuiverd water te verkrijgen en ook de ijsblokjes kun je gerust gebruiken. Die worden ingevroren van gezuiverd water. In principe wordt er goed leidingwater afgeleverd door het waterbedrijf. Helaas zijn de leidingen niet altijd betrouwbaar. En vooral in de regentijd komt er gemakkelijk rioolwater in het leidingwater terecht. Ook vonden ze dat het reizen zo makkelijk is in Thailand. Dat is waar. Per bus kun je vrijwel overal komen in het koninkrijk en naar het noorden, oosten en zuiden bestaan uitstekende treinverbindingen. Wij betaalden voor ons vijven 100 bath (plm. 1,75 euro) naar Ayutthaya. In de tweede klas zouden we 35 bath p.p. moeten betalen. Verder rijden er nog de grote exprestreinen, die vooral 's nachts gaan. Uitstekende slaapwagons rijden mee en een aparte wagon met een goede keuken, waar menig hotel jaloers op kan zijn. Voor 281 B reis je in de 2e klas naar Chiang Mai. Maar, zo'n treintje als wij hadden, is niet zo luxueus. Maar wel leuk al kom je een beetje geradbraakt aan.
We kwamen ongeveer half twaalf aan. Terwijl ik met On en de kinderen wat ging drinken en soep eten, ging Simon kijken voor een hotel. Doordat we zo laat dit plan hadden waren we te laat om tevoren via internet te boeken. Simon vond een goed hotel plm. 5 minuten lopen van het station vandaan. Hij boekte twee kamers met een tussendeur, wat voor ons makkelijk is omdat een van de kinderen dan bij mij op de kamer slaapt. Wij namen met de bagage een tuk-tuk. We hadden kamers met river-view. Dat wil zeggen dat we over het zwembad heen nog net een stukje rivier zagen, maar samen met het uitzicht op het zwembad zag het er allemaal leuk uit. Beter dan een blinde muur. Na het douchen wilden we in de lobby koffie drinken. De barman moest gezocht worden. We bestelden cappuccino, want dat stond ook op de kaart. Eindelijk kwam hij het brengen, met sloffende tred. Het was niet erg lekker en toen we wilden betalen was hij al weer niet te vinden. Simon kwam bij de balie en hoorde toen dat iemand zei dat de man dronken was. Nou, dat verklaarde veel. We hebben de koffie dus maar op de rekening laten zetten. Vervolgens gingen we naar een drijvend restaurant vlakbij, waar we over gelezen hadden. Dat was inderdaad heel aantrekkelijk. Veel scheepvaartverkeer en tot grote opwinding van Nakharin passeerden er ook grote slepen. De sleepboten zien er heel sierlijk uit. Na het eten namen we een songthaew(betekent: twee bankjes) een soort tuk-tuk met twee zijbankjes, waar we met z'n allen in konden. Simon en ik behoorlijk dubbel gevouwen, op weg om alvast wat historische sites te bekijken. Zoals gebruikelijk vroeg de man eerst veel te veel maar na wat onderhandelen kwamen hij en Simon een schappelijke prijs overeen. Hij zou ons wat rondrijden en dan weer terug brengen naar het hotel. Het bleek een aardige man die ook aandacht had voor de kinderen. Ik had telkens de grootste moeite om uit die tuk-tuk te komen. Simon moest me er letterlijk uitrukken. Uiteindelijk ontdekte ik een trucje om er zelfstandig uit te komen.
Toen we weer terug waren bij het hotel (Krungsri River Hotel), was ik bekaf. Simon en On wilden nog wat gaan eten op de avondmarkt, maar de kinderen en ik zochten ons bedje op en wij sliepen de klok rond.
Dag twee, zaterdag 12 januari.
We waren bijtijds op en konden genieten van een heel goed ontbijtbuffet. Rijst, noedels en heel veel aparte oosterse gerechten. Maar ook aan de westerse smaak was gedacht. Veel fruit, vooral de verse ananas vind ik heerlijk.
Onze tuk-tukrijder van gistravond had zijn telefoonnummer achtergelaten. We informeerden eerst nog eens bij iemand naar de prijs van een dagje rondrijden, maar die vroeg zoveel, dat we onze chauffeur maar belden. Hij deed het voor de helft van de prijs endan zou het ook echt nog om de hele dag gaan en niet van 9 tot 2 uur. Hij kwam ons halen en besprak met Simon welke route hij zou nemen. Hij adviseerde om eerst het Chao Sam Phraya National Museum te bezoeken. Daar had hij de kinderen de dag ervoor al over verteld. Wat wij vergeten waren, was dat het Kinderdag was. Dan wordt er van alles voor kinderen georganiseerd. We kwamen bij het museum en toen bleek ook nog eens dat de toegang die dag gratis was. Het was er dan al behoorlijk druk. Het is een koninklijk museum en dat betekent dat je je schoenen uit moet doen en decent gekleed moet zijn. Menig toerist vergeet dat nogal eens en komt dan half bloot aan, maar dan mag je er niet in.
Het museum was prachtig en ook de kinderen waren vol ontzag voor alle mooie dingen die er te zien zijn. Er stonden ook een paar boekenkasten in Thaise stijl, schitterend versierd. Wat zou ik zo eentje graag hebben. Verder was er een model van een kleine prang, waarvan een aantal gouden versieringen waren teruggevonden en die waren er weer opgezet. Het waren er niet veel, maar toch kon je een indruk krijgen hoe rijk en schitterend al die tempels geweest moeten zijn. Toen we buiten kwamen, kregen de kinderen een klein geschenk en konden ze wat snoep halen. De festiviteiten zijn dit jaar klein, omdat de publieke rouw nog tot vrijdag de 17e duurt.
Vervolgens maakten we een tour langs de meest bekende ruines. Dit is alleen interessant als je geinteresseerd bent in cultuur en geschiedenis. Hoewel het behoorlijk druk was overal, is het zo ontzettend groot, dat je toch alle ruimte hebt om rond te kijken. Ik ben hier vaker geweest, maar ik ben telkens diep onder de indruk. Dat er ruines van tempels bewaard zijn gebleven, komt doordat deze van steen waren gebouwd. Woonhuizen waren van hout en die zijn bij de grote verwoesting in 1767 verbrand. Je krijgt wel een indruk over het grote gebied waar deze stad was gebouwd. In haar glorietijd woonden er ruim 1 miljoen mensen. In de westelijke wereld is een aantal geschriften bewaard gebleven over deze stad. Er waren handelaren en handelskantoren o.a. uit Frankrijk, Engeland, Portugal en Nederland. Het moet een schitterende stad geweest zijn. Van verre kon je al de glans zien van al het goud en zilver op de daken en torens van de tempels en het koninklijk paleis. Uit verslagen van europese handelaren over de oorlog tussen Birma en Siam (zoals Thailand toen heette) is bekend dat in deze oorlog ook Engelsen en Portugezen meevochten aan de kant van de Siamezen.
Hier op de scholen wordt de kinderen geleerd hoe moordzuchtig en roofzuchtig de Birmezen waren. Dat ze heel Ayutthaya hebben verwoest en leeg geroofd.
Wat niet verteld wordt is, dat de Siamese koning een belangrijke bijdrage leverde aan de ondergang van zijn koninkrijk. De Royal Consorts (zijn vrouwen) hadden een hekel aan kanonvuur. Daarom moesten de officieren voor elk kanonschot toestemming aan de koning komen vragen. Dat schoot natuurlijk niet op bij het verdedigen van de stad. Hij liet zich slecht informeren en was bij voorbaat overtuigd van de onoverwinnelijkheid van de Siamezen. Ook brak er hongersnood uit door de blokkade van de Birmezen. Daar was hij doof en blind voor. Tenslotte verlieten vrijwel al zijn generaals hem, omdat het hun onmogelijk werd gemaakt de stad goed te verdedigen.
In de laatste dagen voor de val, trokken Siamese roversbenden moorden en plunderend door de stad. Ook nadat de Birmezen uiteindelijk weer verdreven werden, is veel alsnog vernield en geplunderd.
Oorspronkelijk hadden de Thailanders nauwelijks belangstelling voor deze vervallen historische stad. Pas toen toeristen deze ruines ontdekten en kwamen kijken, ontstond er daadwerkelijk belangstelling. Met hulp van Unesco wordt gerestaureerd wat nog gerestaureerd kan worden.
Voor meer info over deze stad kun je ook op Wikipedia kijken en wat rondgoogelen.
link
We bezochten ook een monument voor koning Naresuan de Grote. Ook een held die in Thailand vereerd wordt. Hij vocht in 1591 een oorlog met Birma uit, door op de rug van een strijdolifant een duel uit te vechten met de prins van Birma. Hij won en daarna was het bijna 200 jaar vrede in Siam. Ik was hier eerder geweest, maar nu stonden er ineens hele rijen kleurrijke hanen opgesteld. Langs de trappen en op het bordes. Hele kleintjes vooraan en daarna oplopend in grootte. Bij de trappen stonden heel grote hanen als wachters. Ik vond het heel bijzonder. Volgens de chauffeur waren deze hanen nog niet zo lang geleden neergezet. Wat de reden is weet ik niet. Simon vermoed dat de man dol was op hanen. Zou best kunnen.
Moe en voldaan kwamen we pas laat in de middag weer bij het hotel. Wij vonden achteraf het bedongen loon te laag en gaven onze chauffeur een flinke fooi, waar hij heel blij mee was. Omdat we op de avondmarkt wilden gaan eten, bood hij aan ons gratis heen en weer te rijden. Dat hebben we aanvaard. Een leuk gebaar. Voor het eten nog even gezwommen om ons af te koelen voor we weer op pad gingen.
Op de avondmarkt was het heel gezellig. We zaten langs de rivier en hadden gelukkig geen last van muggen. Lekker gegeten en onze chauffeur stond al te wachten om ons trug te brengen.
Zondag 13 januari
Eigenlijk moesten we om 12 uur uitchecken, maar bij het hotel vonden ze ook goed dat we de kamers hielden tot 14 uur. Dat was wel fiijn, want we wilden nog naar het vroegere koninklijk paleis en de tempel die daar bij hoort. Het paleis is vrijwel helemaal verwoest, maar de tempel kon gerestaureerd worden. We gingen al weer vroeg op pad en dat was maar goed ook, want het was wat benauwd en heet. We bekeken eerst de tempel. Terwijl we daar rondliepen hoorden we ineens het opzeggen van teksten door monnikken, de zgn. chanting. Er kwam een rij monniken aan en voorop liep er eentje met een vlag. Ze waren op bedelronde. Ze bleven voor de tempel staan en gingen door met de chanting. De bezoekers die buiten waren, maar ook de mensen binnen, gingen allemaal op de knieen, vouwden de handen in een wai en bleven zo zitten tot de chanting over was. Daarna ging vrijwel iedereen eerbiedig geld in de bedelnappen doen. De voorste monnik, die volgens mij de leiding had, had Simon gezien toen die aan het fotograferen was. Hij vroeg Simon het een en ander en daarna vervolgde de rij weer hun route. Ik zag er ook aardig wat nonnen lopen, waarvan sommigen een rugzak droegen, vergezeld door vrouwen in het wit die hun haar nog hadden. Ik kon er niet goed achter komen wat hun functie was, maar uiteindelijk heb ik begrepen dat het vrouwen zijn die een poosje het kloosterleven delen, maar niet de bedoeling hebben om echt in te treden. Een soort retraite. Het schijnt ook dat sommige van die groepen een soort bedevaart maken langs beroemde tempels. Nu is het zo dat een Thailander over een bezienswaardige tempel een ander idee heeft dan de westerling. Wij bezoeken tempels uit kunstzinnige en/of historische motieven. Die staan dan ook in de reisgidsen. Maar Thailanders bezoeken ook tempels omdat daar een beroemde monnik woont of heeft gewoond. Of er is een beeld aanwezig dat de faam heeft bijzondere krachten te bezitten en dat je door te offeren bij zo'n beeld wat van die kracht meekrijgt.
De ruines van het paleis zijn imposant. Inmiddels was het zo heet geworden, dat ik niet meer dwars over het terrein ben gelopen, maar zorgvuldig in de schaduwen bleef en een poos op een muurtje ben blijven zitten. Terwijl ik daar op dat muurtje zat, kwamen er groepjes mensen langs met een gids. Ook een paar Nederlanders. Ik hoorde nog net dat een man tegen zijn vrouw zei: " We betalen wel een hoop geld om een paar stenen te zien" . Ik kan die man wel begrijpen, want als je niet geinteresseerd bent in historische zaken en in architectuur, lijkt het me ook saai zo rond te lopen in de hitte.
Vervolgens gingen we naar een tempel waar hele grote vissen in de rivier zwemmen en die gevoerd kunnen worden. Dat leek onze chauffeur vooral leuk voor de kinderen. Het is een Wat in Chinese stijl en bij de ingang staat een beeld van de god Ganesh, de god met de olifantenkop. Deze god staat voor kennis en wijsheid, maar is ook een beschermer van reizenden. Men gelooft dat dit beeld veel kracht heeft. Het was ontzettend druk en de mensen stonden in de rij om bij dit beeld te offeren. Dan legt men zijn hand tegen de hand van de god en verwacht dat er bijzondere kracht overgedragen worden. Groepjes mensen die bij elkaar hoorden, hielden elkaar vast en legden hun handen bovenop elkaar om samen de kracht te ervaren. In de tempel was het vreselijk druk en ik waagde mij niet binnen, ook al vanwege de sterke wierooklucht. Opzij was een kleinere hal, waar ook veel mensen naar binnen gingen en dat was mij ook te druk. Bij de rivier was een soort prieel met bankjes en daar ben ik gaan zitten wachten op de rest van de familie. Lekker in de schaduw en in de wind. Toen die klaar waren met respect betuigen gingen we naar de vissen. Aan de kant ligt een boot en die wordt omzwermd door veel vissen, die vechten om het voer dat in het water gegooid wordt. Op die boot kun je allerlei soorten voer kopen. Het was een spectaculair gezicht en de kinderen konden er niet genoeg van krijgen. Tenslotte kregen we ze toch mee met het lokkertje dat er nog gezwommen kon worden bij het hotel. Daar waren we even na 11 uur terug en namen hartelijk afscheid van onze chauffeur. Die stond erop dat hij ons nog naar het station wilde brengen. We moesten maar bellen en dan kwam hij. Dat was erg aardig aangeboden.
Na het zwemmen snel alles inpakken en toen bleek het vroeger dan we verwacht hadden. We bedachten dat we de trein van half twee nog konden halen. Dus even afrekenen en onze chauffeur gebeld, die inderdaad kwam aangesneld om ons weg te brengen.
De terugreis
Op het station was het behoorlijk druk. Het is niet een station met een fraai perron. Op het 1e perron staan de banken waar je kunt zitten om te wachten. Alle informatie is in het Thais, wat voor de farang een probleem is. Dan ben je eigenlijk een analfabeet, want je kunt niks lezen. Het vertrektijdenbord was voor mij ook een groot raadsel. Men gebruikt wel dezelfde cijfers als wij, maar ik begreep de verschillende kolommen niet. Simon kon wel wat uitleggen. Eerst zie je de kolom van de aankomsttijd en daarnaast de vermoedelijke vertrektijd en de aankomsttijd op de plaats van bestemming. Als je het eenmaal weet is het makkelijk. Er werd verschillende keren wat omgeroepen, onverstaanbaar voor mij want het was Thais. Het bleek dat drie treinen te laat zouden komen zeker meer dan een half uur vertraging. In Nederland ontstaat dan rumoer, maar hier bleef iedereen kalm zitten en vertoonde geen reactie. Volgens Simon zijn de mensen eraan gewend dat de treinen niet op tijd rijden. Misschien een tip voor NS. De mensen laten wennen aan nooit op tijd rijden. De vermoedelijke vertrektijd werd op een bord geschreven. Tenslotte zou de trein komen die nog voor onze trein moest vertrekken en mensen die hun kaartje wilden omruilen voor de eerst vertrekkende trein konden dat doen tegen een kleine bijbetaling.
Wij wachtten gewoon op onze trein want die zou al snel komen. Om voor mij duistere reden stoppen die treinen niet langs het enige perron dat er is. We moesten over de sporen lopen en op een soort paadje wachten. Het bleek een enorme stap te zijn naar de eerste treeplank. Ik hees me omhoog tot ik een knie op de eerste plank kreeg en me zo omhoog kon hijsen de wagon in. Simon vindt het nog steeds vreselijk jammer dat hij dat niet heeft kunnen fotograferen. Ik kreeg bijna de slappe lach. Ik kwam tegenover twee monniken te staan die duidelijk moeite hadden hun lachen in te houden. Van mij hadden ze mogen lachen, want dat moest ikzelf ook. Het was weer ontzettend druk, maar we vonden toch een zitplaatsje. Dit keer zijn we niet helemaal meegegaan naar Huang Lampong, maar uitgestapt bij Don Muang, de vroegere internationale airport. Een taxi was daar makkelijk te krijgen en we zaten daar vlak bij de tolweg. Zo waren we toch nog snel thuis. Erg vermoeid, dat wel. Maar het was een geweldig week-end.

donderdag, januari 10, 2008

Thonburi Walking Tour

Onderstaande wandeling wist Simon te downloaden van het internet en we hebben deze wandeling gemaakt op dinsdag 8 januari.
wandeling
Eerst namen we de taxi naar de pier Saphan Taksin. Naast de pier ligt een Chinese tempel waar ik nog nooit geweest was, hoewel ik hier al vaak ben langs gekomen. Omdat we toch op tempeltour gingen, zijn we hier naar binnen gegaan. Op het voorplein zaten een paar mannen te dammen. We keken naar binnen en meteen riep de tempelbewaarder ons naar binnen en zei tegen Simon dat hij foto's mocht maken. Ook weer zo'n tempel met veel rood. Binnen werd een video vertoond met een Chinese opera waar twee mannen geconcentreerd naar zaten te kijken. Ik vind zo'n opera altijd een schitterend schouwspel met veel gestileerde gebaren. Toen we weer weggingen riep de bewaarder ons toe of we " tamboen" wilde maken. Dit betekent een gift om verdiensten voor je karma te verwerven. Dat hebben we gedaan, want het was toch erg aardig om ons binnen te vragen (ha,ha)
Princess Mother Memorial Park
We gingen met de waterbus naar de halte bij Memorial Bridge en liepen over de brug naar Thonburi. Een fraai uitzicht hadden we over de rivier. Allereerst liepen we naar het Princess Mother Memorial Park. Onderweg zagen we ook nog een kleine Chinese tempel liggen, verscholen tussen de huizen. We gingen er kijken en een klein meisje schrok zo van die grote witte farangs die ineens binnen kwamen, dat ze moest huilen. Haar moeder legde uit dat we farang waren en geen enge duivels en toen Simon ook nog iets aardigs tegen haar zei in het Thais was het weer goed. We vervolgden onze weg nadat ik nog een paar kaarsjes had aangestoken.
De Princess Mother was de moeder van de huidige koning en van de onlangs overleden princes Galyani. De moeder van de koning was geen adellijke dame, maar een vrouw van gewone komaf. Haar vader was goudsmit. Zij ging wel naar school voor een opleiding, wat voor vrouwen van haar generatie niet gewoon was. Ze werd al heel jong wees en kwam onder de patronage van een adellijke mevrouw, die ervoor zorgde dat verweesde meisjes een opleiding konden volgen. Zij ging een verpleegopleiding doen. Won een studiebeurs voor de Verenigde Staten waar ze hogere verpleegkunde kon studeren. De Prince van Songhkla studeerde in dezelfde plaats medicijnen. Ze ontmoetten elkaar, werden verliefd en trouwden in de VS. Blijkbaar werd ze volledig geaccepteerd door haar schoonfamilie. Met haar man maakte ze veel reizen, ook naar Europa. Het was een intelligente vrouw, want ze volgde vele studies. Sprak en schreef Frans, Engels en Duits en bestudeerde het Pali. (oude boeddistische teksten zijn geschreven in Pali).
Haar man stierf op tamelijk jeugdige leeftijd, toen haar kinderen nog jong waren. Volkomen onverwacht werd haar zoon Ananda de opvolger van zijn oom, koning Rama VII. Deze deed afstand van de troon en had geen opvolger. Koning Ananda (Rama VIII) stierf al na een paar jaar. Nooit is opgehelderd of hij zelfmoord pleegde of werd vermoord. Hij was nooit gekroond, maar de huidige koning, zijn broer Bhumibol, verleende hem achteraf de koninklijke titels. De huidige koning regeert als Rama IX en wordt vereerd door de Thailanders. Zijn moeder werd door hem in de hogere adelstand verheven, tot grote tevredenheid van het volk. Zij nam het initiatief voor een betere gezondheidszorg, vooral voor de volkeren in de bergen en de armen. IJverde voor educatie, vooral van vrouwen en was een zeer beminnelijke persoonlijkheid. Zij trachtte te leven volgens de Dharma van Boeddha. Zij is geboren in Thonburi en in de buurt waar zij is opgegroeid is nu het Memorial Park voor haar. Het is een klein en rustig parkje, dat open staat voor de mensen uit de buurt. En die maken er ook gebruik van zagen we. In het parkje is een museum met veel foto's over haar leven. We hebben er meer tijd doorgebracht dan we verwachtten, omdat het er zo mooi en rustig was. In het parkje staat een beeld van haar. Het beeld staat onder een heel aparte palm die de bladeren op een bijzondere manier spreidt, zodat het net is of ze beschermd wordt door een Naga. (De slang die Boeddha beschermde toen hij belaagd werd door demonen.)
Zij stierf in 1995 op de leeftijd van 95 jaar en de Thailanders rouwden massaal. Simon was in Thailand toen ze stierf en herinnert zich nog hoe diep de rouw was bij iedereen.
Kuan Ou Shrine
Deze shrine is weer gewijd aan de godin Kwan Ying, maar haar naam wordt hier weer anders geschreven. Echt een volks tempeltje in een volkse buurt. We liepen tussen puin en afval en zonder de beschrijving zouden we dit nooit gezien hebben. Er liepen ook nog wat geiten rond. De shrine ligt aan de rivier en we hadden weer een prachtig uitzicht over de Chao Praya.
Inmiddels was het later dan we verwacht hadden en in plaats van lopen namen we naar de volgende tempel een tuk-tuk. Ik kom altijd nogal moeilijk in en uit die dingen en de man reed al weg toen ik nog niet goed zat. Ik gaf een gil en hij stopte gelukkig meteen. Rijden in een tuk-tuk is leuk, maar je moet je wel goed vasthouden, want die tuk-tuks scheuren echt door het verkeer.
Wat Pichai Vatikaram
Ook al weer een fraaie tempel die niet in de reisgidsen staat. Voordeel is dat je maar weinig touristen ziet. Deze tempel was erg vervallen, maar omstreeks 1830 heeft een adellijk heer ervoor gezorgd dat er een restauratie plaats vond. De tempel is geheel gerestaureerd met prachtige oude Thaise motieven. Binnenin bevindt zich een enorm grote gouden Boeddha. Het was heel rustig op het terrein. Alleen wat mediterende en biddende mensen. De grote prang had een leuning langs de trap, zodat ik naar boven kon klimmen. Dit was ook weer zoals een tempel moet zijn. Rustig, alleen af en toe een klingelend tempelklokje.
We realiseerden ons dat we nog steeds geen farang hadden gezien. We vielen dan ook op en veel mensen groetten ons heel vriendelijk en sommigen begroetten ons zelfs met een wai.
We liepen weer verder op weg naar de volgende Wat en keken uit naar een eethuisje. Meestal breek je je nek over die dingen en nu zagen we nergens iets waar we konden zitten. Alleen stalletjes waar je eten haalt om mee te nemen in een plastic zakje.
We besloten om maar weer een tuk-tuk te nemen naar het volgende punt. En ja hoor, naast
Wat Prayoon bevond zich een koffieshop waar we ook wat konden eten. Ze hadden er heerlijke gebakken rijst en een goede kop cappuccino. Wij dus weer helemaal gelukkig. We staken over naar de Wat en gingen via een zij-ingang naar binnen en stonden middenin een soort begraafplaats. Ik heb al heel veel tempels bezocht, maar iets zoals dit had ik nog niet eerder gezien. Er waren een soort rotsformaties gebouwd en binnenin was de as van de overledenen geplaatst. Ook waren er veel kleine shrines die de as van overledenen bevatten en een fotootje erbij. In de muur rondom de tempel waren veel herdenkingsplaatjes. Zelfs kleine huisjes waren gebouwd en soms wat grotere paviljoens waar de as van een hele familie werd bewaard. Het zag er allemaal heel romantisch en ydillisch uit. Er liepen mensen rond, zoals je in een park rondwandelt. In de vijvers grote schildpadden en vissen die gevoerd konden worden. Hoewel het vlak bij een drukke straat was, kon je daar niet veel van horen. Achteraan op het tempelcomplex staat een grote witte chedi. Volgens de beschrijving is dit de enige van dit type die ooit in Bangkok is afgebouwd. Ook hier rust en veel biddende en mediterende mensen.
Nu wilden we naar Wat Kalayanamit. De route beschrijving klopte niet helemaal volgens ons en we wilden weer een tuk-tuk nemen. Op zoek daarnaar verzeilden we langs een drukke weg en hoewel we volgens ons op een voetpad liepen, schoten de motoren vlak langs ons heen in grote vaart. Uiteindelijk kwamen we bij een kruispunt waar we een tuk-tuk vonden die ons naar de Wat zou brengen. De man stond in de verkeerde richting. Geen nood, hij reed een stukje dwars tegen het verkeer in, maakte een bocht en schoot met hoge vaart tussen drie rijen auto's door en we kwamen ongeschonden op de goeie weg.
De bouw van deze Wat is ook sterk beinvloedt door de Chinezen. Op het terrein staat de grootste bronzen tempelbel van Thailand.
Kuan Im Shrine
Deze ligt aan de rivier vlak achter de Wat die we net bezochten. Weer een andere schrijfwijze van de naam van Kwan Ying. Ook dit hadden we nooit gevonden zonder deze beschrijving, hoewel deze Shrine wel te zien is vanaf de rivier als je er langs vaart. Er is een groot bordes vanwaar we weer een schitterend uitzicht hadden over de rivier. Vlak naast het bordes is een pier vanwaar een veerboot naar de overkant vaart. Langs de rivier loopt een voetpad. Volgens onze beschrijving kan je daar niet langs, omdat er na een paar meter een obstakel is. Toch zagen wij mensen er langs lopen, die we zagen afslaan en een poosje verder toch weer langs de rivier liepen. We besloten ze te volgen en eens te kijken waar we uitkwamen. Dat was bij een nogal wrakkig vlondertje dat zo op het oog eindigde bij wat verkrotte woningen. De mensen daar zeiden dat we er echt langs konden. Dat deden we, ik nogal griezelend. Het leek me niks om in het uitermate vieze water beneden zo'n vlondertje te vallen. We kwamen inderdaad al na een paar minuten uit bij een betonnen paadje dat langs de huizen slingerde. Tot onze verrassing stonden we ineens bij de Santa Cruz Church. We hadden net besloten om die maar niet te bezoeken i.v.m de gevorderde tijd. Maar nu zagen we de kerk toch. De meest fraaie christelijke kerk die ik tot nu toe heb gezien. De andere Christelijke kerken leken meer op gymlokalen. Helaas was de kerk gesloten, zodat we niet even naar binnen konden kijken. Vanaf de kerk konden we de routebeschrijving weer volgen die ons verder voerde over het pad langs de rivier. Overal bankjes en hier en daar mensen die genoten van de rust en vaak ook wat te eten hadden gehaald.
Bij de brug gekomen liepen we er weer overheen. I.v.m. de tijd, het werd al laat en schemerig, namen we meteen een taxi naar huis. Hoewel het verkeer inmiddels erg druk was, kwamen we toch redelijk snel via de tolweg in Phattanakan.
foto's


maandag, januari 07, 2008

Mahachai Railway

Zaterdag zijn we met de trein van het station Wongwian Yai in Thonburi met de trein naar Maha Chai station gegaan naar de plaats Samut Sakhon.(die plaats heette vroeger Mahachai) Het is een heel apart lijntje dat niet is aangesloten op het grote treintraject. Het station Wongwian Yai ligt bij een markt en eindigt in Samut Sakhon midden op een markt. Eigenlijk is het zo dat mensen de markten op en langs de spoorlijn bouwen. Ze weten wanneer de trein komt en zorgen dan van de rails te zijn. Het is een reis van 50 minuten in een rammelende boemel. Alle ramen open. Er zijn ventilatoren, die doen het niet allemaal, maar met de ramen open is het goed uit te houden. De herrie is oorverdovend. Niet alleen de motor van de trein maakt veel lawaai, maar ook het gedender over de rails is nu optimaal te horen. Hele stukken krijg je het idee dat je door de huizen van de mensen heen rijdt. Het landschap is bijzonder, maar ik vind het niet erg mooi. Het is totaal anders dan in Nederland en daardoor boeiend.
In Samut Sakhon stopten we inderdaad midden op de markt tussen de kippen, vis en groenten en allerlei andere handelswaar. Ik was nog nooit op z'n smerig, stinkend station geweest. Op andere treinreizen stopten we ook bij kleine stations die er altijd helemaal gelikt uitzagen en leuk versierd met planten en bloemen.
Samut Sakhon is een vissersplaats en ligt aan de mond van de rivier Tha Chin, die uitkomt in de Golf van Thailand. Het spoorlijntje is vroeger aangelegd om te zorgen voor een snelle aanvoer van vis, krab, kreeft, mosselen etc. naar de markten in Bangkok.
We liepen dus zo over de markt het plaatsje in. Veel vis natuurlijk en vooral ook veel soorten gedroogde vis. Simon heeft een foto geplaatst van zo'n winkel. We kwamen bij een aanlegplaats voor vissersboten en het was fascinerend om te zien hoe de vis werd gelost. Mannen schepten met een groot net de vis uit een bun in manden. Die gingen langs een soort glijbaan naar beneden en werden beneden meteen gesorteerd. Het zag er allemaal heel schilderachtig uit en we zijn een poosje blijven kijken. Naast de logplaats ligt een heel groot visrestaurant en het leek ons wel wat om daar op de terugweg te eten. Naast het restaurant ligt de veerboot om naar de andere oever te gaan. Daar wilden we ook naar toe om in elk geval de tempel van de godin Kwan Ying te bezoeken. De figuur van deze godin doet mij wel wat denken aan Moeder Maria. Jonge stellen komen hier offeren als de vrouw in verwachting is van haar eerste kind of vlak na de geboorte van hun eerste kind. Zij is ook de godin van vruchtbaarheid en mededogen. In haar linkerhand houdt ze een rijsthalm als teken van vruchtbaarheid en overvloed en met haar linkerhand schenkt ze water uit. Water is levensbrengend en is in dit geval ook een symbool van mededogen. On wilde hier ook offeren. Ze is hier een keer eerder geweest om een belofte te doen dat ze nooit meer rundvlees zou eten. Dat doet ze ook niet.
Aan de andere zijde konden we een fietstaxi huren, een saamlor. (saam=3 en lor is wiel, het is een driewieler) We vroegen de prijs en ze vroegen 30 Bath p.p. om ons naar de tempel te brengen. De kinderen hoefden we niet te betalen. Simon en On namen ieder met een kind een saamlor ik eentje voor mij alleen. Het was nog een behoorlijk eind fietsen. Eindelijk zag ik rechts de tempel. Maar links lag er ook een en daar gingen we naar toe. Ze bleven wachten en wij konden dus rond kijken. Ik hoorde tempelmuziek van een klassiek orkest en ging eens kijken. Er was een groot platform waarop gedekte tafels stonden en opzij zat het orkest te spelen. Simon en ik liepen langs de tafels tot hilariteit van in het zwart gekleede mensen. Ik besefte ineens dat er een begrafenisritueel aan de gang was en dat dit geen restaurant was waar we konden gaan zitten. De mensen lachtten ons vriendelijk toe en Simon mocht foto's maken.
Daarna op naar Kwan Ying. De fietsers bleven wachten en ik bedacht dat dit wel meer zou kosten dan 30 Bath. De tempel is Chinees en was prachtig versierd met rode lampions en het beeld van Kwan Ying bijzonder groot. Ook binnenin de tempel was ze volop aanwezig plus de beeltenis van een man met bril dat helemaal beplakt is met goud papier. Hij lijkt wel wat op de koning, maar het zou ook een beroemde monnik kunnen zijn. Ik weet het niet.
Vervolgens zouden ze ons terug brengen naar de veerboot, maar onderweg stopten we nog mij een opgeztte schildpad die 200 jaar oud is geworden. Die was geplaatst in een glazen schrijn en werd vereerd. Hij was trouwens al aardig aangetast door de mot en andere insecten.
Het was een leuk fietstochtje en terug werd een andere route genomen. Er komen denk ik niet veel westerse toeristen, want de mensen riepen naar elkaar: " kijk, farang". En de fietser van Simon riep dan vaak terug: "hij spreekt Thais". Ik voelde me af en toe een koningin met zwaaiende mensen langs de kant waar ik naar terug zwaaide. Een ouwe farangvrouw met wit haar zal hier helemaal niet veel komen.
Bij het afrekenen werd inderdaad 120 Bath p.p. gevraagd. Ik denk dat de baas voor elke stop 30B rekende. Maar ik heb het zonder morren betaald, want het was een heel eind fietsen en hoewel we het niet gevraagd hadden, stelden we het initiatief om ons nog andere dingen te laten zien wel op prijs. Een van de mannen zou 80 jaar zijn. Ook al zou hij tien jaar liegen, het is toch een hele prestatie voor zo'n oude man.
Wij weer terug met de veerboot. Een boot die in Nederland niet zou mogen varen als passagiersschip denk ik. En die brommers, soms zwaar beladen, op een dek zonder railing al helemaal niet.
Aan de overkant zijn we bij het grote restaurant gaan eten. We zaten op de tweede verdieping vanwaar we een mooi uitzicht hadden en konden genieten van een lekker verkoelende wind. Ik eet al jaren geen mosselen en garnalen meer vanwege het hoge cholesterolgehalte, maar nu kon ik de verleiding niet weerstaan. Alles komt zo uit zee via de kok op je bord. Ik had gegrilde en gekookte mosselen. Heerlijk. Het was er al aardig druk en ik denk dat mensen ook uit Bangkok hier speciaal naar toe komen om te eten.
Naar Thaise begrippen was het erg duur. Voor ons allen een goede maaltijd en drinken was inclusief de fooi 800 Bath. Dat is plm. 17 euro en daar kan ik in Nederland amper alleen voor uit eten.(Vergeleken met China Town waar we met z'n drieen langs de straat aten voor 100 B)
Aan de overkant van de straat lag ook een Chinese tempel. Volgens de serveerster met veel kracht waar mensen veel heil konden verwachten als ze er offerden. Reden voor On om er nog graag even heen te willen.
Daarna weer naar huis, niet zonder dat On nog een flinke zak met gedroogde vis kocht.
Aangekomen in Thonburi hadden we vrij snel een taxi die ons weer naar huis bracht. Wij waren behoorlijk moe, maar voldaan over de leuke en boeiende dag.
En zondag heb ik niks gedaan. Alleen uitrusten en lezen.
foto's
link railway
Als je wilt zien hoe zo'n trein over een markt gaat moet je kijken op www.youtube.com en dan de zoekfunctie gebruiken. Intikken: train runs through bangkok en je krijgt een video te zien. Het lukte mij niet de link te kopieren)

vrijdag, januari 04, 2008

Rouw om de dood van een prinses

Woensdag overleed prinses Galyani, de oudste zuster van de koning, op 84 jarige leeftijd. Er is een rouwperiode van 15 dagen afgekondigd. De prinses was zeer gezien in Thailand. Ze was tot op hoge leeftijd zeer vitaal. Ik herinner me haar vaak gezien te hebben op de TV. In de nieuwsuitzending op de Thaise TV wordt altijd ongeveer een half uur aandacht besteed aan de activiteiten van de leden van de koninklijke familie. Ik herinner me haar als een kordate, charmante dame. Ze liet zich veel per helikopter van de ene plaats naar de andere brengen. De laatste keer dat ik haar zag, zal geweest zijn januari of februari 2006. Toen had ze al een rollator nodig. Ze ging een afdeling van het leger bezoeken en stapte met een gevlekte legerjas en een grote vechtpet op uit de helikopter. De rollator werd voor haar neergezet en ze liep naar voren voor de inspectie. Ze liet de rollator staan, nam een militaire houding aan en liep naast de officier voor de troepen langs. Achtervolgt door haar kleinzoon die blijkbaar benauwd was dat ze zou vallen. Ze deed me denken aan koningin Wilhelmina. die kon ook zo martiaal voortstappen. Inmiddels dragen steeds meer mensen rouwkleding in zwart en wit of helemaal in het zwart. In de winkels wordt de zwarte kleding al volop neergelgd en klaar gehangen. Veel mensen dragen een zwarte broek of rok met een witte blouse of Tshirt en je ziet ook mooie creaties in zwart/wit. Ook vandaag was het aantal mensen die zichtbaar in de rouw waren, toegenomen. In het Grand Palace is in een troonzaal een groot portret van de prinses neergezet en het gewone volk mag daar hun respect komen betuigen en deel nemen aan het water-ritueel. Op de TV zag ik dat er een groot versierd vat staat en daar kunnen mensen een beetje water in gooien. Dit is een symbolisch gebaar. Als iemand overlijdt komen familieleden en vrienden langs het lichaam en gieten een klein beetje water over de rechterhand. Natuurlijk laat de koning niet iedereen langs het lichaam van zijn zuster marcheren, vandaar deze oplossing.
link naar artikel in Bangkok Post

China Town

Woensdag en donderdag zijn we naar China Town geweest. Het was er fijn weer voor, niet zo heet en woensdag een frisse wind.
Deze wijk is een belevenis apart. Omdat On slecht tegen varen kan, hadden we een taxi genomen naar Thanon Yaowarat(de hoofdstraat daar), zoals het in het Thais heet. Op de hoofdwegen is het vreselijk druk met auto's en tuktuks. We liepen de smalle straatjes in waar de vele winkels zijn. Ongelooflijk druk. Een krioelende menigte, waar tussendoor zich hoog opgeladen steekwagens en beladen motoren en brommers bewegen. Telkens denk je dit kan helemaal niet, maar het gaat toch. Niemand gaat schelden of slaan, iedereen wringt zich overal tussendoor. Ik moest wel even leren om niet telkens beleefd opzij te stappen om iemand door te laten, want als je daarmee begint kom je nergens. Ik was blij dat ik mijn stevige stappers aan had gedaan, want de straten zijn slecht, hobbelig, wiebelende putdeksels en talloze drempeltjes. Dit is de wijk waar kleine handelaren hun waren inslaan. In veel winkels moet je minimaal 6 stuks van iets kopen. On zag een leuk vel met haarclips, maar het bleek dat ze dan 6 van die vellen moest kopen. Op elk vel zaten 12 clips, dus dat hebben we maar niet gedaan.
De verdeling van de winkels is volgens het Chinese systeem, dus telkens een lange rij van dezelfde winkels. Een rij schoenenwinkels, een rij tassenwinkels, etc. Er is een aparte straat voor doodkisten, aparte straten voor juweliers. Een hele rij winkels met de meest prachtige stoffen.
Af en toe kon ik even opzij stappen een passage in. Dat zag er dan ineens heel modern uit. Even op adem komen van het gekrioel.
We moesten ook een paar keer een drukke straat oversteken, wat hier altijd een hele toestand is. Dat is een minpunt van Thailand, als voetganger moet je rennen voor je leven als je wilt oversteken.
Donderdag zijn we weer gegaan. Want Simon moest nieuwe haarbandjes kopen voor zijn paardestaart. Die kan hij alleen in CT kopen. Dit keer gingen we wel met de watertaxi. On had pilletjes ingenomen tegen zeeziekte. Bij de waterbus was het druk. Veel westerse toeristen die naar de beroemde tempels gaan. Die waterbus is ook een belevenis. De stuurman kan niet goed zien hoe hij zijn boot meert. Hij heeft een bootsman die op een fluitje blaast en daarmee voor buitenstaanders onbegrijpelijke signalen blaast. Uiteindelijk ligt de boot aan de kant. De bootsman slaat even een paar slagen met het meertouw om een bolder en dan moet je vlug van de wiebelende boot op de kant stappen. Opletten dat je niet tussen boot en wal stapt, dan ben je er geweest. Het gaat heel snel, omdat er niet zoals in Nederland zou gebeuren, eerst een degelijke loopplank met leuning wordt uitgelegd. Volgens mij gaat het trouwens meestal wel goed.
Bij de halte Ratchavongse stapten we uit en dan ben je al meteen in China Town. Dit keer liepen we een wat andere route en Simon vond al snel de winkeltjes waar hij meestal zijn haarbandjes koopt. Daar moet je ook minimaal 6 pakken met heel veel bandjes kopen. Maar dan kan hij ook weer lange tijd vooruit.
We passeerden diverse tempels waar we even een kijkje gingen nemen. Dit zijn ook Boeddistische tempels, maar hebben duidelijk een ander karakter dan de oorspronkelijk Thaise tempels. Hier wordt veel rood verwerkt en met het Chinese nieuwjaar in aantocht is er helemaal veel rood te zien. Bij een van de tempels waren een paar kleine vijvers met krokodillen. Ze konden zich nauwelijks keren en het stonk er naar dode vis en dode kippen die als voedsel dienen.
Bij Wat Neng Noi Yee was het erg druk. Veel mensen waren kaarsen en wierook aan het branden voor de doden. Simon ontdekte een heel grote oven, waar mensen allerlei versierselen in gooiden om te verbranden. Die kochten ze in de tempel. Ik zag een jonge vrouw die wat Engels sprak. Zij vertelde dat dit volgens de Chinese cultuur is. Het zijn een soort namaak voorwerpen die ten gerieve van de doden worden verbrand.
We hadden inmiddels honger gekrgen en zochten een eetstalletje op. China Town staat er om bekend dat je er heerlijk kunt eten. In een steegje zagen we een rij tafeltjes met krukken waar we konden zitten. Ik nam noedelsoep met eend en dat was verrukkelijk. Allen jammer dat ik zo rottig zat. Simon en On hadden rijst met groente en On eenhete saus en dat smaakte ook lekker. Op tafel stond een kan koude groene thee, die gratis was. We moesten wel betalen voor de bekers met blokjes ijs erin om te drinken. Maar in totaal waren we slechts 100 Bath kwijt. (1.20 euro). Je kunt in Thailand rustig ijsblokjes in je drinken nemen. Ze worden nl. van gezuiverd water gemaakt.
We liepen nog wat rond, maar vooral On en ik raakten aardig versleten en we gingen weer met de taxi naar huis. Tot grote opluchting van On die al weer vreselijk opzeg tegen de bootreis.
klik hier voor de foto's

donderdag, januari 03, 2008

nieuwjaarsdag


We waren 31 december gewoon op tijd naar bed gegaan. Op ons dorp was het rustig. Een aantal mensen was een paar dagen weg en de rest trok zich niet veel aan van de neiuwjaarsviering. Het Chinese nieuwjaar, dat half februari is, wordt veel massaler gevierd.
Het was behoorlijk fris en Simon en On liepen kleumend door het huis. We zouden gaan zwemmen, maar Simon vroeg zich af of het niet te koud zou zijn. De kinderen verheugden zich er al op, dus gingen we toch. Volgens mij was het echt wel boven de 20 graden. We gingen zwemmen in Leoland, een waterpark bovenop het dak van de departmentstore Central Bang Na. Ongeveer 20 taximinuten rijden. Het is ook een leuk zwembad voor kinderen. Een aparte peuter- en kleuterafdeling met veel speelmogelijkheden. Een soort kanaal dat om de andee zwembaden en glijbanen heen gaat en dat maar 1.10 m diep is. Daar kunnen jonge kinderen die al een beetje kunnen zwemmen zelf rondspartelen. Voor de kinderen huurden we grote zwemband. Een soort autobanden in felle kleuren. Voor de geoefende zwemmers is er een diep bad. Overal stoelen, tafels en parasols en natuurlijk de benodigde eetstalletjes, waar je voor weinig geld (in mijn ogen) lekker kunt eten.
Het waaide hard en dat drukte de temperatuur wel. Mensen die uit het water kwamen renden blauwbekkend naar hun handdoeken. Veel mensen hadden jassen bij zich en waagden zich niet eens in het water. En voor het eerst zag ik Thailanders die in de zon gingen zitten. Dat doen over het algemeen alleen dwaze buitenlanders. Ook Simon en On vonden het behoorlijk koud en daardoor gingen we toch weer eerder weg dan we plan waren. Maar we hadden toch lekker gezwommen en ik kreeg sterk de indruk dat ik in het hele zwembad de enige persoon was die het lekker weer vond.

dinsdag, januari 01, 2008

Wat Arun

Gisteren besloten we om naar Wat Arun " de tempel van de dageraad" te gaan. Het is een beroemde tempel die aan de andere kant ligt van de Chayo Praya, in de vroegere hoofdstad Thonburi.Een aantal jaren geleden was ik er ook geweest, maar toen was het zo heet dat ik nauwelijks had rondgekeken. Maar vandaag is het heerlijk weer met een lekkere verkoelende wind. De Wat is een afbeelding van de berg Meru, het centrum van de traditionele Indiase kosmologieen en verbeeldt de 33 hemels. De belangrijkste Prang (toren) is 104 m hoog. Er omheen staan vier kleinere Prangs en die zijn gewijd aan Phra Pai de god van de wind.
We namen de taxi naar de pier bij Wat Po en vandaar de veerboot naar de overkant. Eerst was het erg rustig op de weg. Onze taxi stoof met een flinke vaart over Phattanakan en Petchaburi Road. Maar in de buurt al van het grand palace werd het vreselijk druk. Bussen vol met (vooral Thaise)toeristen werden aangevoerd. Die gingen naar Wat Phra Keo en Wat Po. Maar het bleek dat we bij de pier in de rij moesten, want veeeeeel mensen wilden ook naar Wat Arun. Ik keek mijn ogen uit. Niet alleen naar de prachtige tempel, maar vooral naar al die mensen die zich het geld uit de zak laten kloppen. Op het terrein van de tempel werd door monniken lotussen, kaarsen en wierook verkocht. Ook On en de kinderen gingen offeren. Verder waren er emmers met goede gaven bij een monnik te koop. Die kun je dan op je knieen gaan aanbieden aan een andere monnik. Dit was toch niet de bedoeling van Lord Buddha, denk ik. Hij heeft geen graf, anders zou hij zich vast tien keer omdraaien.
Maar de tempel met de prachtig versierde Prangs was schitterend. Ze zijn versierd met stukjes Chinees porcelein. Vanaf de rivier konden we de hoge toren al zien schitteren. Die kun je beklimmen en dan heb je een prachtig uitzicht. Maar ik durfde het niet. Er zit geen leuning langs de trap. Naar boven leek me geen probleem, maar de afdaling wel. Maar er gewoon omheen lopen en alles te bekijken was al genieten. In een van de paviljoens waren beelden te zien van belangrijke fasen uit het leven van Boeddha. De meeste Thailanders komen niet zozeer voor de artistieke en architectonische waarde, maar voor de boeddha's. Met nieuwjaar is het gebruikelijk om de monniken nieuwe robes te geven en balen rijst. Die waren ook op het tempelterrein te verkrijgen.
Toch is het heel bijzonder om dit alles mee te maken. De mensen die hier komen offeren doen dit met overtuiging. Ik kom hier graag nog eens terug als de menigte is verdwenen.
Opzij van het tempelterrein was een markt waar behalve eten en drinken ook allerlei soevenirs te koop waren voor een veel te hoge prijs.
We hebben hier een aardige tijd doorgebracht. We besloten te gaan eten in de buurt van Khao San Road. Omdat On op de heenreis al kotsmisselijk werd op de veerboot, namen we een taxi terug via de brug. Dat had weer het voordeel dat we dwars door China Town reden. Ik hoop dat het nog een poosje dit weer blijft, dan kunnen we hier weer eens gaan lopen zonder de kinderen. Voor hun is dat niet interessant en te vermoeiend.
Weer lekker gegeten en dit keer nam ik weer eens westers voedsel. Spaghetti carbonara met een groene salade.
klik hier voor de foto's