maandag, januari 12, 2009

Visumtocht naar Myanmar (Birma)

Donderdag 8 januari 2009 moest Simon weer een tocht over de grens maken om zijn visum te verlengen. Ik ging met hem mee, want ik wilde de andere kant van de grens ook wel even zien. Vanaf het busstation in Chiang Rai kun je elk half uur met een bus naar Mae Sai, de grensplaats. De eerste bus waar we instapten, was een heel goedkope en ook heel klein. Wij pasten niet tussen de bankjes en besloten een volgende bus te nemen. Dat ging goed, die bus was wat duurder, maar ook wat ruimer. Met z'n tweeën op een driepersoonsplaats ging net. Overigens was het maar 84 B voor ons beiden. We hadden een conductrice waarvan ik dacht dat het misschien eigenlijk een man was. Dat soort figuren zie je tamelijk vaak in Thailand. Ik heb nog nooit kunnen merken dat iemand er aanstoot aan nam. Dit was een bus die tamelijk veel stopte en na twee uur rijden waren we in Mae Sai. Het was inmiddels 12 uur en tijd om eerst even iets te eten. Simon wist een goeie Chinees. Daar kregen we eerst een gestoomd broodje gevuld met ei en varkensvlees en nog iets gestoomds dat ook lekker was. Vervolgens een kom noedelsoep en we konden er weer tegen. Daarna liepen we naar de Thaise grenspost, waar we uitgestempeld werden. Vervolgens naar de immigratie van Myanmar. Daar werden we gefotografeerd, moesten ieder 500 B betalen en moesten ons paspoort inleveren en kregen een dagpas. De andere Birmese kant van de grens heet Thaichileik. We werden al meteen aangesproken door een tuktuk-driver die ons voor 300 B wel wilde rondrijden. We accepteerden dat, want het is een handige manier om wat te zien zonder al te moe te worden. De man sprak Thais en gaf onderweg uitleg. Wat me het eerste opviel was dat hier nog veel sarongs worden gedragen, ook door mannen en het verkeer is rechts. We werden eerst naar een tempel gereden, die we aan de binnenkant nogal steriel vonden. Er waren wel mooie muurschilderingen over het leven van Boeddha. En er werden souvenirs aangeboden. Ik kocht een stel mooi geborduurde postkaarten. Bij nader inzien was wel merkbaar dat de mensen hier armer zijn dan in Thailand. Hierna werden we naar weer een andere tempel bovenop een heuvel gebracht. De tuktuk kwam met moeite boven en we hoopten maar dat zijn remmen beter waren dan zijn motor, want we moesten natuurlijk oook nog naar beneden. Ook hier was toch wel duidelijk merbaar dat het allemaal minder rijk is dan in Thailand. Het was een vrij groot complex en erg leeg. Simon en ik kregen meteen een begeleider met een paraplu om ons in de schaduw te houden. We kwamen niet van ze af en accepteerden het maar. Hoewel ze zeiden dat we niet hoefden te betalen was er natuurlijk wel hoop op een fooitje. De mensen waren ontzettend vriendelijk en hulpvaardig zonder dat ze onderdanig werden. Ook moesten en zouden we samen op de foto en de mannelijke parapludrager wees ons precies de plekken aan waar we moesten staan of zitten en hij maakte dan met mijn camera de foto's. Simon en ik werden er allebei een beetje lacherig van.
Na ons bezoek aan deze tempel werden we naar een soort wijkje gebracht dat nog geheel in authentieke stijl bestond. De man zei ons hierdoor naar beneden te lopen waar hij op ons zou wachten. Hij vertelde dat de grote tours dit ook deden. Hij had gelijk dat het bijzonder was om er doorheen te lopen. Smalle straatjes met huizen van hout en bamboe en mensen die onder hun huizen aan het werk waren. We zagen dat hier ook nog veel op houtskool wordt gekookt. We brachten ook een bezoek aan de plaatselijke markt, waar we rustig konden lopen zonder lastig te worden gevallen.
Hij wilde ons nog naar de longneks brengen, maar dat hebben we afgeslagen.
We werden teruggebracht naar de grens en toen was het tijd voor koffie. Er bleek een goeie koffieshop te zijn. Na de koffie liepen we nog over de grensmarkt. Het was er erg druk met Thai, die hier massaal inkopen konden doen. Deze markt zag er ook heel wat rijker uit dan de markt binnenin de stad.
We liepen weer terug naar de grenspost, waar we eerst onze paspoorten konden ophalen bij de Birmese kant en vervolgens bij de Thaise kant weer werden ingestempeld. Simon zijn visum werd verlengd met drie maanden en ik kreeg een stempel dat 14 dagen geldig is. Dat betekent dat ik een overstay maak als ik in Bangkok aankom, maar 1 dag is toegestaan.
We haalden nog net een goeie aircobus terug naar Chiang Rai. Dit is een bus die helemaal door rijdt naar Rayong aan de golf van Thailand. Een flesje water en een verfrissingsdoekje waren inbegrepen bij de prijs, die nu 67 B p.p. was. Maar we hadden prima stoelen. Ik zat er zelfs beter dan in het vliegtuig. Deze bus ging ook heel veel sneller. We vertrokken 15.45 uur en waren 17 uur weer in Chiang Rai. Nog even eten in het vegetarisch restaurant en toen met een tuktuk weer naar huis.
Was ik dus toch nog even in Myanmar geweest. Ik denk wel dat de mensen in zo'n grensplaats waar ook tours komen, toch wat beter af zijn wat werk en inkomsten betreft, dan in de rest van dat land.

Geen opmerkingen: