Week-end van 10 en 11 januari 2009.
Zaterdag had Yoko een song-thaw gehuurd en ons uitgenodigd voor een picknick in het Somdet Jaa park. Dit park is ter ere van de moeder van de koning. Haar officiële titel is Princess Mother, maar ze wordt ook wel wat huiselijker Somdet jaa genoemd. Somdet betekent Majesteit en Jaa= grootmoeder. We waren op tijd bij Yoko en kregen eerst heel lekkere Japanse thee te drinken. Vervolgens met de song-thaw naar het park. Het was daar heel mooi. Prachtig bloeiende planten. Het geheel lag aan een grote vijver en het maakte deel uit van de universiteit. We maakten daar een wandeling en kwamen langs de faculteit voor de traditionele geneeskunst. Daar stonden beelden die allerlei houdingen uitbeelden als oefening voor diverse lichamelijke klachten. Die oefeningen zijn sprekend de oefeningen die ik van de fysiotherapeut moet doen voor mijn rug en schouders.
We hadden verkeerd begrepen dat we hier zouden picnicken. Daarvoor gingen we naar een ander park vlak bij een waterval waar allerlei speciale plekjes waren. Het was daar ook erg mooi en de kinderen konden lekker spelen. Polly had gelogeerd bij Nayu en was er ook bij. Later in de middag gingen we weer naar het huis van Yoko waar ze ons vertelde er op te rekenen dat we zouden blijven om sushi te eten. Ze vertelde dat er Japanners in de buurt woonden met een restaurant en dat die op zaterdag volgens bestelling sushi maakten. Nou, die sushi was overheerlijk. Zelfs het eten met stokjes ging me aardig goed af.
Wij waren van plan om zondag naar een soort dorp te gaan dat door een kunstenaar uit Chiang Rai (Thwan Duchanee) is gebouwd. Hij heeft in de jaren 60 ook een paar jaar in Nederland gestudeerd. Wij spraken af dat we haar en haar man een dag later zouden komen halen met een song-thaw. Inmiddels was Julia gearriveerd om Polly op te halen. Nayu en Saengdao gingen met haar mee. We werden uitgenodigd voor een BBQ bij haar thuis. Er zouden nog meer mensen komen.
Dus wij er naar toe. Ze woont in een beeldig huis in een sort bos/boomgaard. Onze song-thaw driver wilde er eerst niet het bos inrijden omdat het er aardedonker is. Maar On wees de weg. Ik zou het zelf nooit gevonden hebben, want je zag geen hand voor ogen. Er was een heel gezelschap aanwezig. Nederlanders, Russen, Nieuw-Zeelanders, een Birmees. Heel leuk. Het was ondertussen vreselijk koud geworden. Buiten werd een vuur aangelegd en de BBQ aangestoken. Het vuur gaf wat warmte maar het bleef KOUD!KOUD! Tegen 11 uur bracht Julia ons naar huis en Saengdao bleef slapen. Nakharin wilde dat niet en die ging met ons mee. Het duurde lang eer ik weer wat opgewarmd was. Ik wist niet dat het in Thailand zo koud kon zijn.
Zondag gingen we al weer op tijd weg en haalden eerst Yoko en haar man op. Die gingen bij nader inzien op de brommer, omdat Yoko nog erg moe was van de dag ervoor en na het bezoek aan de huizen weer naar huis wilde om te rusten.. We kwamen aan bij Ban Dam. De estate overtrof mijn verwachtingen. Ik dacht dat er één of twee huizen zozuden staan, maar het was een heel dorp. Het eerste gebouw dat we zagen was nog in aanbouw. Het leek wel een kathedraal. Schitterend. De kunstenaar/architect zat daar wel, maar we hadden al gehoord dat hij met rust gelaten wilde worden, dus hebben we hem niet aangesproken, Het is een markante figuur met een lange grijze baard. De huizen zijn van donker hout gebouwd en mooi gedecoreerd. Overal stonden prachtige gebruiksvoorwerpen. Maar we mochten nergens naar binnen, alleen vanaf de buitenkant bewonderend kijken. Deze plek staat nergens aangegeven. Je moet echt weten waar je zoeken moet. Onze song-thaw driver had er nog nooit van gehoord en Simon wees dan ook op zijn brommer de weg en Yoko en haar man reden weer achter ons aan.
Om 12 uur gingen ze dicht voor de lunch en moesten we weg. Dit is echt een plek om nog eens te bezoeken. Julia was met de kinderen gekomen en toen Ban Dam werd gesloten reden we in optocht naar het olifantenkamp aan de Kok River. Yoko en haar man gingen naar huis, want die wilden even slapen. Het olifantenkamp was enig, maar mij zie je niet op een olifant. Veel te hoog. We bleven daar een poos en reden vervolgens terug met onderweg een stop bij de Boeddha grotten. Dat vond ik ook heel bijzonder. Het zijn grotten en binnenin is een tempel gemaakt met diverse beelden. Gelukkig was de trap er naar toe redelijk comfortabel.
We wandelden nog wat rond en gingen weer naar huis. Het was een vermoeiend, maar erg leuk en gezellig week-end.
http://www.buddhistartnews.com/ban07/?p=535
donderdag, januari 22, 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten