maandag, januari 05, 2009

Phu Chi Fah en Chiang Khong

Zaterdag 3 januari 2009 gingen we weer op pad met een busje. We wilden naar de klif Phu Chi Fah en daarna naar het stadje Chiang Khong. Na een tocht van ongeveer twee uur kwamen we boven bij de berg. Onderweg weer een mooi landschap. De Phu Chi Fah is een steile klip, die in Thailand zeer beroemd is. Veel mensen gaan in de buurt kamperen en gaan dan eerst 's avonds naar de zonsondergang kijken. En 's morgens naar de zonsopgang. Volgens de beschrijvingen moet dat een spectaculair gezicht zijn. De vallei is gevuld met mist en daar gaat de zon doorheen schijnen en als je het geluk hebt dat de mist geheel verdwijnt, kun je beneden de Mekhong zien stromen en schijnt het uitzicht adembenemend te zijn. Toen wij bij de parkeerplaats kwamen, stond het er al mudvol met auto's. Het bleek dat de laatste 750 meter geklommen moest worden. Gezien de artrose in mijn knieën leek dat geen goed idee. Bovendien had ik het vermoeden dat er weinig te zien zou zijn, want er hing veel nevel. Simon, On en de kinderen gingen wel. Het was er inderdaad mistig. Toen ik beneden zat te wachten, zag ik ineens een jong stel van een hill-tribe. Het leek mij Mhong, gezien de fraaie geborduurde kleding van de jonge vrouw. Bij haar prachtige dracht droeg ze schoenen met stelthakken. Maar ja, geboren en getogen in de bergen, liep ze met gemak de berg op alsof ze in een park wandelde. De jonge man, die ook fraai gekleed was, liep er nonchalant bij met de handen in de zakken. Een heel verschil met de zwoegende toeristen.
Het was trouwens behoorlijk frisjes op de berg, vooral omdat de zon verstek liet gaan. Die scheen wel in de vallei aan mijn kant. Het was een druk komen en gaan. Hele families werden aangevoerd in pickup trucks. Vaak gehuld in dekbedden en dekens. Ik sta iedere keer weer versteld hoeveel Thai in één auto gaan. Zo telde ik een familie waarvan 12 mensen in de open bak zaten en in de cabine zaten ook nog eens drie volwassen met een stel kleine kinderen op schoot. Je moet er nietaan denken dat die een ongeluk krijgen. De weg is niet geschikt voor toerbussen, dus die kwamen er niet. Ik zag ook geen andere westerlingen. Deze berg ligt ook niet op een route die de westerlingen gebruiken. Je moet er speciaal naar toe en je moet dan iets huren want er rijdt geen bus. Het is ook maar de vraag of het een song-thaw lukt de berg op te komen. We zagen wel stoere fietsers. Bewonderenswaardig. De berg is plm. 1600 meter hoog met flinke steile hellingen. Tegen de kou werd er instantsoep verkocht, maar ook een soort roti. Die worden in een flinke hoeveelheid boter gebakken. Toch kon ik de verleiding niet weerstaan en bestelde er eentje met banaan. Op het pannenkoekje gaat dan ook nog eens gecondenseerde gesuikerde melk. Mierzoet en vet, ongezond en HEERLIJK!!!. De rest van de familie hield het bij terugkomst op soep.
Daarna weer de berg af en op weg naar Chiang Khong. We kwamen langs leuke dorpen met mensen in hun specifieke dracht. Mooie huizen van bamboe en hout. Maar ook weer van beton. Iedereen bouwt zoals het hem lijkt en ook heeft niet iedereen een opgeruimd erf. Vaak is het een zooitje. Ik moet dan denken aan Nederlandse welstandscommissies die zich buigen over een bouwplan als iemand een ietsjepietsje wat anders wil. Wel netjes en opgeruimd natuurlijk, maar ook wel saai. Vanuit mijn flat in Leiden zie ik de achterkanten van huizen aan de overkant van het water. Aan de achterkant mag je in Nederland wat meer en daar hebben een aardig aantal bewoners gebruik van gemaakt. Heerlijk vind ik dat al die aparte schuurtjes, uitbouwtjes, molens e.d.
Het was nog een hele rit. Uiteindelijk zagen we de Mekhong weer. De rivier leek hier wat smaller dan bij Chiang Saen. Ongeveer 15 km voor Chiang Khong was een uitzichtpunt. Ik blijf de rivier fascinerend vinden. En aan de overkant Laos, waar het leven totaal anders is. Eindelijk kwamen we bij Chiang Khong. Er was een lange hoofdstraat met aan de kant markt. Een keur van verse groenten ligt opgestapeld en uitgestald op rieten matjes. De koopvrouwen op hun hurken ernaast. Ook zagen we veel guesthouses. Deze plaats wordt veel gebruik door backpackers om naar Laos te gaan of Thailand binnen te komen. Het was een gezellige drukte. We vonden een aardig guesthouse met restaurant en een fraai terras aan de rivier. Tot mijn vreugde hadden ze keng tjeu. Dat is een vegetarische soep met veel groente in een koreanderbouillon. Was lekker klaar gemaakt.
Toen we terug gingen kocht Simon op de markt nog een grote gegrilde vis om thuis op te eten. Die vissen worden dik ingesmeerd met zout en dan op een rooster gegrild. Ze zijn erg lekker.
Via de kortste route naar huis, maar dat was toch nog ongeveer twee uur rijden. We waren pas weer tegen 8 uur thuis en waren moe van een geweldige dag.

Geen opmerkingen: